× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
Ymir in de mythologie

Heel lang geleden was er alleen maar grote leegte, de Ginnungagap. Eigenlijk was die leegte een diepe, brede kloof. Zij maakte een scheiding tussen twee totaal verschillende gebieden. Aan de ene kant had je het Noorden: daar was alles woest en koud; in feite waren het uitgestrekte sneeuwmassa's. Aan de andere kant had je het Zuiden: daar waren de vuurmassa's.

Op zeker dag kwamen het Noorden en het Zuiden met elkaar in aanraking. Het ijs van het noorden begon te smelten door het vuur van het zuiden. Uit dat smeltwater kwam een gigantische reus te voorschijn, Ymir. Hij werd grootgebracht door de melk van een koe, die zich op haar beurt in leven hield door onophoudelijk te likken aan grote ijsblokken. Gevoed door de melk van de oerkoe, werd Ymir volwassen en bracht op zijn beurt weer levende wezens voort. Uit zijn oksel kwamen een man en een vrouw voort en tussen zijn tenen krioelden hele volksstammen van lelijke reuzenkindertjes.

Door het likken van de koe bleken er ook uit het ijs tenslotte drie godenzonen aan het licht te komen. De oudste daarvan was Odin, die zich al heel snel ontwikkelde tot de god van de strijd. Omdat ze kleiner waren dan Ymir en steeds in zijn schaduw moeten leven, besloten de drie, dat de oude reus gedood moest worden. Odin bood zich aan en met zijn machtige speer van zijn essenhout doorboorde hij het hart van de reus. Uit het lichaam van Ymir stelden zij vervolgens de wereld samen.

Zijn botten zijn de reusachtige gebergten, zijn vlees is de aarde, zijn bloed vormt de zee en de rivieren; en alles wat groeit is in feite zijn haardos. Zijn schedeldak wordt de hemelkoepel en de wolken zijn zijn hersenen. Zo leeft Ymir nog altijd voort in de vorm van de wereld waarop wij wonen.

Nog waren de drie broers niet klaar met hun werk. Om de wereld licht te geven gebruikten ze vuur uit het zuiden. De vonken ervan kennen wij nu als sterren, de witte vlammen werden samengebald tot de maan en roodgele tot de zon. Ze werden allemaal opgehangen aan de hemel, het ijsblauwe schedeldak van Ymir.

Intussen hebben de kinderen die uit Ymir zelf waren voortgekomen met machteloze woede toegezien. Het liefste wilden ze de dood van hun vader wreken en het maaksel van de drie broers vernietigen. Daarom lieten ze twee snelle wolven los om zon, maan en sterren te achtervolgen en op te vreten. Elke maand weet een van de wolven een hap te nemen van de maan, maar telkens weer weet de maan te ontsnappen en weer aan te groeien. De andere wolf die achter de zon aanzit, heeft nog minder succes. Het maar hoogst zelden dat hij hem te pakken krijgt; dan wordt het volkomen duister op de wereld. Maar dan merkt de wolf dat de zon te heet is om op te eten en spuwt hem weer uit. Maar toch, ooit zullen de beide wolven de strijd winnen: dan zullen zon, maan en sterren worden opgeslokt.

© A. van den Akker s.j.