× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1921  Wilhelm Eberschweiler

Info afb.

Wilhelm Eberschweiler s.j., Exaten, Nederland (Trier, Duitsland); zielzorger; † 1921.

Gedenkdag 23 december.

Pater Eberschweiler werd op 5 december 1837 geboren in het Duitse plaatsje Püttlingen aan de Saar, als oudste van zeven kinderen.

Tylenda geeft als geboortedag 5 oktober.

Hij had vier broers van wie er nog drie jezuďet zouden worden. Zijn vader was schoolmeester op de lagere school, en verhuisde naar Bitburg, toen Wilhelm nog klein was. Breed hadden ze het thuis niet. Op zijn elfde werd hij voor de wintermaanden in het naburige gehucht Massholder gestationeerd. Omdat de kinderen van de vier boerderijen in de winter de school niet zouden kunnen bereiken, moest hij de kleintjes ter plaatse lesgeven en bezighouden. Hij at een week mee met een gezin, compleet met de knechten en meiden, en verhuisde dan voor een week naar een volgende boerderij. Zo ging dat de hele wintertijd door. De maaltijden waren uiterst eenvoudig. Het ging hem allemaal goed af.

Omdat hij goed kon leren, zorgde een tante van moeders kant ervoor dat hij naar het gymnasium in Trier kon. Hij behoorde tot de besten van de klas. Hij zat in het laatste jaar, toen hij uit Parijs een brief kreeg van een oud-klasgenoot die daar bij de Lazaristen was ingetreden. Hij schreef met zoveel enthousiasme over het communiteitsleven dat Wilhelm er meteen heen wilde om zich bij hem te voegen. Maar de school en zijn ouders wisten hem over te halen eerst zijn examen te halen.

In de examentijd kwamen twee jezuďeten een driedaagse retraite geven. Wilhelm was zo onder de indruk dat hij alsnog besloot jezuďet te worden. Tijdens diezelfde retraite had zijn broer Fritz eveneens besloten bij de jezuďeten in te treden, terwijl hij altijd had rondgelopen met het idee het leger in te gaan.

Op 30 september 1858 begonnen zij aan het noviciaat op de Friedrichsburg bij Münster. Wilhelm had te kennen gegeven dat hij graag naar de missie wilde. Maar tijdens zijn noviciaat bleek hoe kwetsbaar zijn gezondheid was. Hij moest zelfs het noviciaat onderbreken en ging naar Feldkirch in Oostenrijk om op krachten te komen. Hij zou zijn leven lang last houden van scherpe hoofdpijnen. Na de gebruikelijke studies werd hij op 13 september 1868 priester gewijd.

Na enkele jaren als studieprefect op het Akens college werd hij in 1870 te Gorheim bij Sigmaringen benoemd tot socius van de novicenmeester. Twee jaar later brak de Kulturkampf uit. Deze richtte zich met name tegen de katholieke kerk, en in het bijzonder de jezuďeten. Zij moest het land uit. Zo kwam pater Eberschweiler even over de grens in het Nederlandse Exaten, bij Roermond, terecht om na korte tijd te verhuizen naar Wijnandsrade in Zuid-Limburg. Daar werd hij tot rector benoemd van het junioraat, een soort overgangsjaar tussen noviciaat en filosofiestudie. Hij schrijft erover:’We wonen hier ontzettend dicht op elkaar. Van boven tot onder worden alle kamers bewoond. Er is één zaal die tegelijk dienst doet als eet-, studie- en recreatiezaal. De kapelruimte is juist groot genoeg zodat we er net allemaal in kunnen.’

In 1876 verruilde hij de functie van rector voor die van spirituaal, geestelijk leidsman. In 1881 werd hij benoemd tot novicenmeester. Van 1884 tot 1889 was hij in Engeland als spirituaal verbonden aan de theologieopleiding te Ditton Hall. Hij hield er een langdurige heupgewrichtsontsteking aan over. In de herfst van 1889 was hij terug in Wijnandsrade. Vijf jaar later verhuisde het junioraat naar Exaten. Daar is pater Eberschweiler tot zijn dood spirituaal gebleven. Onopvallend, trouw, vriendelijk, luisterend, biddend.

Met zijn oude dag kwamen de kwalen, waarvan sommige zeer pijnlijk. Zo had hij gedurende een half jaar een ontsteking aan zijn duim die ervoor zorgde dat hij geen Heilige Mis kon opdragen. Uiteindelijk besloot men de duim te amputeren. Dat zou wellicht betekenen dat hij nooit meer zelf mis kon lezen Op het laatste moment ging dat niet door. Na een half jaar had hij nog steeds een stijve hand met stijve vingers, maar met enige moeite kon hij weer celebreren.

Verering & Cultuur
Op 22 december 1921 is hij vol overgave en vrede gestorven. Op kerstochtend werd hij begraven op het kerkhof van Exaten. In 1958 werd zijn stoffelijk overschot naar Trier overgebracht en daar bijgezet in de jezuďetenkerk. Bij die gelegenheid sprak de bisschoppelijk vicaris: ‘Een zoon van het Trierse land keert vandaag naar zijn vaderland terug. Wij danken God dat Hij ons onze landgenoot heeft terugbezorgd.’

Tijdens zijn studie was hij begonnen een dagboek bij te houden. Op een van de eerste bladzijden had hij geschreven: ‘Ik wil steeds proberen de opgewektheid en vreugde van hart te bewaren. Dan kunnen de anderen zien hoe goed de Heer is die ik dien.” Dwars door alle moeilijkheden, ziektes, kwalen en hoofdpijnen heen heeft hij dat waargemaakt. Zozeer dat men van hem heeft gezegd: ‘In de volksmond heet het: wie heilig verklaard wil worden, moet wel een gelukkige uitstraling hebben. Als die woorden voor iemand opgaan dan wel voor Pater Eberschweiler. Blije, goddelijke liefde straalde uit zijn ogen. Daar zijn allen die hem gekend hebben het hartgrondig over eens.”


Bronnen
[Bgd.1991p:259; Tyl.1984p:478; Dries van den Akker s.j./2007.12.02]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen