× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1485  Françoise van Amboise

Info afb.

Francisca van Amboise, Nantes, Bretagne, Frankrijk; weduwe & abdis; † 1485.

Feest 4 november

Zij werd geboren in 1427 als dochter van graaf Louis van Thouars en diens vrouw Marie de Rieux. Op vierjarige leeftijd werd zij als bruid beloofd aan Pierre, tweede zoon van hertog Jan VI van Bretagne. Ze verhuisde naar het hof te Nantes. Daar was het hertogin Jeanne de France zelf die de zorg voor haar vorming op zich nam. Zij was sterk beïnvloed door de dominicaner predikant Vincentius Ferrer († 1419; feest 5 april). Françoise was een ernstig meisje en legde tot vreugde van haar opvoedster veel belangstelling aan de dag voor godsdienstige zaken. Zo vroeg het meisje reeds op vijfjarige leeftijd met aandrang toegelaten te worden tot de Heilige Communie. Na overleg met de plaatselijke bisschop werd haar dat toegestaan.

Toen ze vijftien was, werd het huwelijk met Pierre ingezegend. Het paar verhuisde naar Guingamp, één van de bezittingen van Pierre die hij met muren en torens had laten omwallen. Daar zette zij haar godvruchtig leven voort, zoals ze dat aan het hof had geleerd. Maar jaloerse elementen zorgden voor argwaan bij Pierre. Hij hechtte geloof aan praatjes die beweerden dat zij er allerlei relaties met hovelingen op nahield. Er wordt verteld dat hij een keer kwam binnenstormen in het vertrek waar zij met een aantal diensters de getijden zong, zoals Vincentius dat voor het hofleven had uitgestippeld. Toen hij haar te lijf dreigde te gaan, smeekte zij hem er even mee te wachten tot ze zich samen hadden teruggetrokken in het aangrenzende vertrek. Daar stompte hij haar in het gezicht, trok haar de kleren van het lijf en diende haar geselslagen toe met verse takken. Toch was haar enige reactie: “Weet dat ik God of jou nooit zou beledigen of afvallen.” Om elke schijn te vermijden stuurde ze de bedienden weg die vanuit Nantes met haar waren meegekomen. Ze werd er zelfs ernstig ziek van. Maar na enige tijd kwam haar man tot inkeer en smeekte om vergiffenis. Die gaf ze hem voor hij was uitgesproken. 

Vanaf dat moment leidden de twee een leven als twee kloosterlingen. Ze hadden geen seksuele gemeenschap. Beide beloofden dat de langst levende na de dood van de ander in een klooster zou gaan. Ze stonden om vier uur op, mediteerden een uur en woonden twee stille missen bij. Françoise begaf zich vaak nog naar de kathedraal of een andere kerk in de stad om er een gezongen hoogmis te kunnen volgen. Gedurende de dag kwam men in de slotkapel zeven keer bijeen om de getijden te bidden, precies zoals ze dat in de kloosters doen. Bij dit alles kwamen dan ook nog de bezoekjes aan zieken en gasthuizen. Uit devotie voor Sint Ursula en haar 11000 maagden richtte zij ‘s woensdags voor elf meisjes uit de stad een maaltijd aan; bij het weggaan gaf ze ze elk nog eens vijf goudstukken mee. Met kerstmis liet ze een arm kind naar het hof brengen, stak het helemaal in de nieuwe kleren en het gehele jaar daarna behandelde zij het als was het Kindje Jezus zelf. Op Witte Donderdag waste zij persoonlijk de voeten van vijftien meisjes, bediende hen aan tafel en gaf ze elk een witte jurk cadeau. In de stad liet ze een gasthuis voor leprapatiënten inrichten en zorgde voor een vast inkomen. Intussen ijverde ze ook voor de heiligverklaring van Vincentius Ferrer, die in Bretagne zoveel goeds tot stand had gebracht. Kortom, zij was de goedheid zelve.

Toen haar man op 22 september 1457 stierf, probeerde ze in te treden bij de zusters clarissen te Nantes. Maar beide keren moest ze haar pogingen opgeven vanwege haar zwakke gezondheid. Uiteindelijk stichtte ze een nieuwe communiteit van karmelietessen die zouden leven naar een afgezwakte regel. Ze liet zich daarbij adviseren door de karmelietenpater Jean Soreth († 1471; feest 25 juli). Daar trad ze zelf in, op 25 maart 1469. Ze wenste het leven te leiden van een gewone novice. Daarnaast bleef ze wel in de stad zorgen voor allerhande goede doelen. Zes jaar na haar intrede werd ze tot priorin gekozen. Op 20 december 1476 verhuisde ze op aandringen van de hertog naar een benedictinessenklooster aan de Loire, Les Couëts. Zij moest er de kloosterlijke geest terugbrengen en haar eigen mildere karmelietessenregel invoeren. In 1485 werd ze bij het verplegen van een besmettelijk zieke zuster zelf aangetast. Op 4 november van datzelfde jaar, stierf ze.

Verering & Cultuur

Iedereen is het erover eens dat zij een uitzonderlijk mild en vriendelijk karakter bezat. Op 11 juli 1863 werd zij door paus Pius IX († 1878; feest 7 februari) zalig verklaard. Tegenwoordig bevindt zich haar stoffelijk overschot in de Bretonse hoofdstad Nantes, en wel in het  klooster van de Grande Providence. 


Bronnen
[BeL.1936p:78; Cgé.1994p:269vv; Cha.1995p:81vv; Gby.1991;35vv; Lin.1999; Lob.1837/3p:225vv; Dries van den Akker s.j./2009.01.05]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen