× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 250  Austremonius van Clermont

Info afb.

Austremonius (ook Austremoine, Déteremoine of Detremonius; oorspronkelijk Stremonius) van Clermont, Frankrijk; 1e bisschop; † ca 250(?)

Feest 1 (& 3) november.

Volgens de overlevering behoort hij tot de zeven eerste geloofsverkondigers die vanuit Rome naar het toenmalige Gallië (Frankrijk) werden gezonden om er het evangelie te brengen.

Bij Gregorius van Tours lezen wij: 'In de tijd van keizer Decius (249-251) werden zeven mannen, die zojuist tot bisschop waren gewijd, naar de Galliërs gezonden. Zo horen we in de geschiedenis van de heilige martelaar Saturninus († ca 257; feest 29 november), waar we het volgende lezen: 'Zorgvuldig is bewaard gebleven hoe de stad Toulouse ten tijde van de consuls Decius en Gratus Sint Saturninus ontving als haar eerste en grootste priester.' De zeven bisschoppen werden gezonden naar de volgende zetels: bisschop Gatianus († 310; feest 18 december) naar de inwoners van Tours; bisschop Trofimus († ca 280; feest 9 december) naar de inwoners van Arles; bisschop Paulus († ca 250; feest 22 maart) naar Narbonne; bisschop Saturninus naar Toulouse; bisschop Dionysius naar de inwoners van Parijs; bisschop Stremonius (ook Austremonius; † ca 250; feest 1 november) naar de inwoners van Clermont-Ferrant en Martialis († ca 250; feest 30 juni) werd bisschop van Limoges. Van hen onderging Sint Dionysius, bisschop van Parijs, meerdere folteringen omwille van Christus' naam; hij werd om het leven gebracht door het zwaard.'
Tot zover Gregorius in zijn Geschiedenis der Franken I,30.

Hij vond onderdak bij de plaatselijke senator, Cassius. Deze was een van de eersten die het doopsel ontving. Na enige tijd vertrouwde hij de zorg voor de plaatselijke gelovigen toe aan Sint Urbicius († 4e eeuw; feest 3 april), en trok zelf verder naar het gebied van de Nivernais. Daar stelde hij Patricius aan als bisschop.

Het heeft er alle schijn van dat hier een aantal zaken met elkaar verward worden. Deze Patricius staat te boek als Patricius van Arvernes  (feest 16 maart). Maar er is geen enkele andere bron die zijn bestaan bevestigt. Men vermoedt dat het hier gaat om een verschrijving van de grote Patricius Hibernais (= van Ierland; feest 17 maart) en dat een copiïst hier Nivernais heeft gelezen.

Na geruime tijd bisschop te zijn geweest in Clermont, liet hij die zorg over aan Urbicius, en trok zich als kluizenaar terug in de omgeving van het plaatsje Ixiodorum (het latere Issoire). Daar zou hij de zoon van de plaatselijke burgemeester hebben gedoopt. Deze was daarover zo vertoornd dat hij er twee mannetje op uit stuurde om wraak te nemen. Hoewel Austremonius een goed heenkomen zocht, wisten zijn belagers hem te vinden en kliefden hem de schedel.
Hij werd begraven in Issoire.

Verering & Cultuur
Daar raakte zijn graf lange tijd in vergetelheid. Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) schrijft daarover in zijn ‘Glorie van de Belijders’:

‘Clermont ontving de boodschap van het heil voor het eerst van Sint Stremonius.

Naar het schijnt werd in de 7e eeuw zijn naam verbasterd tot Austremonius.
[GTC.1988p:43n.34]

Ook hij had zijn zending ontvangen van  de bisschoppen van Rome tezamen met de allerzegenrijkste Catianus [= Gatianus] en de anderen die ik al eerder heb genoemd. Dankzij zijn prediking begon Clermont te geloven dat Christus, de Zoon van God, het heil van de wereld is en de redding voor alle mensen. Stremionius’ graf bevindt zich in het dorp Issoire. Ondanks de wetenschap dat hij er begraven lag, was het te wijten aan pure boerse botheid dat er geen enkele verering plaats vond. Maar na verloop van vele jaren leidde Cautinus, de latere bisschop van Clermont, de kerk van zijn dorp, toen hij nog diaken was. Toen hij eens op een nacht in bed lag in zijn cel die aan de kerk grensde, hoorde hij psalmgezang, alsof heel verstilde stemmen aan het zingen waren. Opgestaan zag hij dat de kerk baadde in een helder licht. Verbaasd keek hij naar binnen. Zijn cel lag namelijk op een hogere verdieping tegenover een kerkraam. Hij zag toe, en zie, een menigte mensen in witte gewaden met kaarsen in de hand stonden psalmen te zingen rond het graf van Stremonius. Hij bleef een hele tijd naar dit schouwspel kijken. Toen ze eenmaal vertrokken waren, beval hij de volgende ochtend onmiddellijk dat er een reling moest worden geplaatst rond het graf en dat er witte doeken overheen gelegd moesten worden. Vervolgens kondigde hij af dat deze plek met extra veel eerbied behandeld moest worden. Er werden gebeden verricht en men liet de bisschop weten dat hij moest komen. Ik hoorde dit verhaal uit de mond van bisschop Cautinus zelf.’

Tot zover Gregorius. Van Dam, die deze tekst bezorgt, merkt op: ‘Cautinus was bisschop van Clermont van 551-571. Gregorius kan dit verhaal gehoord hebben, toen hij opgroeide in Clermont. Cautinus was als bisschop aangesteld door koning Theudebert, terwijl de plaatselijke geestelijkheid veel liever Gallus had gehad. Dat zorgde voor een splitsing in de plaatselijke geloofsgemeenschap. Wellicht heeft Cautinus het verhaal van het wonder rond Stremonius’ graf in de wereld geholpen om zijn aanspraken op de zetel van Clermont te onderbouwen. Gregorius stond zeer kritisch tegenover Cautinus. Hij beschuldigt hem van dronkenschap, hebzucht en laksheid ten tijde van de pest.’

Dit alles staat te lezen in een ander werk van Gregorius: ‘De geschiedenis van de Franken’ IV,5-7.12-13.31.


Bronnen
[Bdt.1925; Bly.1986; GTC.1988nr:29; Gué.1880/13p:104; Pra.1988; Sme.1808p:73v; Dries van den Akker s.j./2011.11.01]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen