× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 688  Austrudis van Laon

Austrudis (ook Anstrud, Anstrudis, Austruda, Austrude) van Laon osb, Frankrijk, weduwe; † 688.

Feest 17 oktober.

Zij was een dochter van het heilige echtpaar Blandinus en Salaberga († ca 665; feest 22 september); zij had ook nog twee heilige broers: Boudewijn (of Baldwin) van Laon († 679; feest 8 januari) en Eustatius († 688; feest 17 oktober). De beide ouders hadden het vrouwenklooster van St-Jan-de-Doper te Laon gesticht, waar Salaberga zelf de eerste abdis van werd. Zij werd opgevolgd door haar dochter Austrudis. Net als de rest van haar familie en alle christenen indertijd, had zij veel te lijden van Ebroïn, een meier aan het Neustrasische hof. Men vermoedt zelfs dat hij haar broer Boudewijn om het leven heeft laten brengen.
Hieronder het verhaal zoals het in de legende wordt bewaard.
[101;101a;102»Austrude;104;122»Anstrud;143»Anstrude;303»Anstrudis]

Legende
'Ten tijde van koning Dagobert van Frankrijk huwde een edelman, Kaso genaamd, op aanraden van zijn vrienden met een vrome vrouwe, Salaberga geheten. Zij was een dochter van edelman Curionius. Aanvankelijk leek het erop dat het echtpaar geen kinderen kon krijgen. Maar tenslotte werden er toch een aantal zonen en één dochter geboren. Het dochtertje heette Austrudis (of Anstrudis). Van jongs af aan werd zij door haar ouders ijverig opgevoed in de christelijke godsdienst. Zij wist van alle wetenschappen het nodige af. Van buiten was zij mooi om te zien, maar nog mooier was zij van binnen; zij was welbespraakt en wijs. Met als gevolg dat reeds op haar 12e de eerste huwelijkskandidaat op de stoep stond: een edelman, Landraucus geheten. Hij bracht een schat aan geschenken mee: goud, parels en ringen. Maar het meisje versmaadde al dit moois. Zij verlangde ernaar zich aan God te geven en bruid van Christus genoemd te worden, zoals al zoveel vrouwen vóór haar hadden gedaan, en zoals er na haar nog velen zouden volgen.

Vandaar dat zij naar het maagdenklooster werd gebracht waar haar moeder, Salaberga, overste was. Toen deze merkte dat haar einde naderde, heeft zij haar dochter de last van de zorg voor Christus' kudde overgedragen. Op dat moment was dat een groep van zo'n driehonderd religieuzen. Omdat zij pas twintig was, aarzelde zij of zij deze last wel op zich zou nemen. Maar de bisschop raadde het haar aan en iedereen hoopte dat zij het zou doen. Zij oefende zich dag en nacht, met als gevolg dat zij in haar doen en laten, ja in alles een uitzonderlijk toonbeeld van godsvrucht was.

Zij had een broer, Balduinus. Een voortreffelijk man. Hij had een functie in de kerk, die hij met eerbied en beleid uitoefende. Maar de satan zaait zijn zaad. Een aantal mannen die zich als zijn vrienden voordeden, waren zo jaloers op hem dat zij een hinderlaag legden om hem ter dood te brengen. Toen hij dan ook naar Laon werd geroepen, zadelde hij nietsvermoedend twee paarden om er spoorslags heen te gaan. Maar langs de weg hielden zijn vijanden zich verborgen. Zij overvielen hem en doorstaken hem met hun zwaard.

Natuurlijk kwam het bericht van deze moord ook zijn zuster ter ore. Zij rouwde een aantal maanden. Voortdurend beval zij in haar gebeden haar broer bij de Heer aan. Hij werd niet alleen betreurd door zijn familie en vrienden, maar door de hele stad en de wijde omgeving; mannen en vrouwen, groot en klein, herinnerden zich hoe welgemanierd en heilig hij was geweest, hoe goed en vrijgevig jegens ieder. En ook al was hij nog jong, hij had deugden beoefend voor een lang leven.

Hij werd begraven in de kerk van Onze Lieve Vrouw Protunda te Laon. Daar rustte hij, totdat hij werd overgebracht naar de hoofdkerk van Sint-Jan de Doper en daar werd bijgezet in het graf van zijn moeder Salaberga. Daar deed hij na zijn dood veel wonderen, maar de meeste herinnert men zich niet meer. Tot op de dag van vandaag echter gebeuren er nog steeds wonderen op de plaats waar hij wordt vereerd, aldus degenen die er komen bidden door Jezus Christus onze Heer, in de eeuwen der eeuwen. Amen.'


Bronnen
[014; 101; 101a; 102; 104; 106; 138; 143»Baudouin; 200; 340»Balduin; Dries van den Akker s.j./2007.10.11]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen