× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 686  Mummolinus van Noyon

Info afb.

Mummolinus (ook Mammolinus, Momelin, Mommelin, Mommelinus, Mommolen, Mommolenus, Mommolin, Mommolinus, Mummolanus, Mummolenus, Mummolin, Mumolinus, Nommolinus, Nummolinus of Rumolinus) van Noyon osb, Frankrijk; bisschop; † ca 686.

Feest 16 oktober.

Hij was wellicht van adellijke afkomst en werd geboren te Konstanz aan het Bodenmeer (of toch Coutances in Frankrijk?). Toen hij 14 of 15 jaar oud was, trad hij tezamen met twee zijn vrienden, Bertinus († 698; feest 5 september) en Ebertramnus (of Bertrannus: † 680; feest 24 januari) in bij de monniken van Luxeuil. Dat klooster was rond 590 gesticht door Columbanus († 615; 23 november) op zijn zwerftocht door Europa. Het zou een kweekplaats worden van een krachtige generatie geloofsverkondigers en grondleggers van het christendom in heel Frankrijk. Nadat Columbanus op last van koningin-moeder Brunhilde was verbannen, werd hij opgevolgd door de heilige abt Eustasius († 625; feest 20 maart). Onder diens leiding maakte het klooster een geweldige groei door. Op het moment dat Mummolinus er intrad, woonden er zo'n zeshonderd monniken.

Toen zij er voldoende vorming hadden genoten, trokken zij er op uit om het evangelie te verkondigen. Zo vestigden zij de aandacht op zich van hofbeambten van koning Clotarius II († 629). Deze nodigde de drie uit omdat hij hen nader wilde leren kennen.
Toen hij Mummolinus vroeg wie hij was en waar hij vandaan kwam, moet deze nogal ontwijkend geantwoord hebben. In ieder geval heeft hij zijn adellijke afkomst verzwegen, waarschijnlijk uit bescheidenheid. Trouwens hun levenswijze viel al helemaal op vanwege hun eenvoud en soberheid. Ze waren als monniken gewend met het geringste toe te kunnen; ze hadden op hun tochten slechts geleefd op wat gerstebrood gedoopt in water; vaak hadden ze geslapen op de grond. Temidden van alle rijkdom rond Clotarius veranderden zij niets aan hun strenge regime van boete, vasten en gebed.
In 640 voegden zij zich bij Sint Audomarus († 670; feest 9 september), ook al een oudgediende van Luxeuil. Hij was bezig in het gebied van de Morini het evangelie vaste grond te geven. Dat was een Germaanse stam, die de kuststrook in het noordwesten van Gallië bewoonde en op dat moment nog volkomen heidens was. Het kostte hem dan ook heel wat moeite de oude gebruiken en rituelen uit te bannen.

Toch waren er successen. Zo was er een zeer rijk man, Adroaldus geheten, die hun een schenking land deed, waarop zij een klooster mochten vestigen. De schrijver van dit verhaal merkt op dat Adroaldus allerlei beweegredenen gehad kan hebben: het kan zijn dat hij handelde uit pure vriendschap en waardering jegens de geloofsverkondigers; het kan ook zijn dat hij geen kinderen had die van hem zouden erven; wellicht wilde hij er vermindering van straf voor zijn zonden mee verdienen. Hoe dan ook, hij gaf heel zijn bezit aan Audomarus in de vaste geloofsovertuiging dat alles op deze aarde voorbijgaat en dat hij beter zijn hoop kon vestigen op de eeuwige vreugde. Dit werd later bekend als het Oude Klooster, tegenwoordig St-Mommelin. Later zochten ze naar een geschiktere plek. Dat deden ze door in een bootje te stappen en dit de rivier de Aa af te laten drijven. Op het punt waar het tegen de oever vastliep, moest het nieuwe klooster komen, Sithiu. Later zou het de naam van zijn stichter en eerste abt krijgen: St-Bertin; nog weer later werd het St-Omer, naar Sint Audomarus.
Ook hier zetten zij hun gestrenge en sobere kloosterleven voort. Er stroomden talrijke jongeren toe die in wilden treden en monnik worden. En dan te bedenken dat zij zojuist nog hun afgoden vereerden!

In die tijd stierf de grote bisschop van Noyon, Sint Eligius of Eloď († 660; feest 1 december). Eenstemmig werd als zijn opvolger gekozen vader Mummolinus. Hij was immers een mild en wijs bestuurder, en had hart voor zijn schapen. Van hem zijn verder weinig bijzonderheden bekend. Hij sprak naast Latijn ook vloeiend de inlandse taal, het Teutoons. Was dat zijn moedertaal of had hij de moeite genomen zich de taal eigen te maken van het volk dat aan zijn zorgen was toevertrouwd? Het schijnt dat hij ook ooit een kind uit de doden opwekte, maar meer dan een voorbijgaande opmerking is daarvan niet overgeleverd.

Toen hij na 26 jaar bisschop te zijn geweest, het moment van zijn dood voelde naderen, riep hij zijn monniken rond zich en vermaande hen consequent voort te gaan op de ingeslagen weg en niet te verslappen. Hij stierf op 16 oktober; in welk jaar precies, daar is men het niet over eens. De veronderstellingen lopen uiteen van 683 tot 685 of 686.
Hij werd bijgezet in de toenmalige kerk van Sint-Joris in een buitenwijk van de stad Noyon. Later was die kerk toegewijd aan de 12 apostelen en nog weer later aan de plaatselijke heilige kluizenares Godeberta († ca 700; feest 11 april). Nog tijdens de Franse revolutie zijn er relieken van hem geregistreerd.

Op zijn feest werd in de Heilige Mis dit gebed gelezen:
"God, U hebt deze dag geheiligd door het feest van uw zalige belijder en bisschop Mummolinus.
Wij vragen U:
mogen wij zijn voorbeden bij U in de hemel ondervinden, zoals wij hier op aarde in toegewijde liefde zijn feest vieren.
Door Christus Onze Heer. Amen."

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen stotteren en hakkelen (vanwege zijn ingewikkelde naam?)


Bronnen
[000»sys»Momelin; 100»Mommolinus; 101»Mummolin; 101a; 102»Mummolin; 105; 106; 107; 122»Bertram»Mommolen; 124p:41»Momelin; 127»Mommelin; 138p:232.519; 140»Mummolin; 143»Mommelin; 329/4p:1289; 330/4»Mummolenus; 340;370; Dries van den Akker s.j./2007.10.10]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen