× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† ca 575  Nonnosus van de berg Soracte

Info afb.

Nonnosus van de berg Soracte osb, bij Rome, Italië; prior; † ca 575.

Feest 27 januari &12 mei & 19 augustus & 2 september & 18 november.

Hij moet iets eerder geleefd hebben dan Paus Gregorius de Grote († 604; feest 3 september). Deze brengt hem immers ter sprake in zijn ‘Dialogen’ [Boek I.vii]. Gregorius is daar in gesprek,met zijn leerling Petrus:

Gregorius: "Nonnosus leefde onder het regime van een bijzonder lastige abt, maar hij verdroeg diens karakter steeds met wonderlijke gelijkmoedigheid. Hij leidde de broeders met zachtmoedigheid en wist met zijn nederigheid dikwijls de woede-uitbarstingen van de abt tot bedaren te brengen.
Omdat zijn klooster evenwel boven op de berg lag, was er nergens een vlak stuk grond te vinden waar de broeders een tuin konden aanleggen, hoe klein ook. Daar op de flank van de berg had zich een klein plateau gevormd: een geweldig stuk rotsblok stak een eind van de bergwand naar voren. Op een dag kwam de eerwaarde Nonnosus op de gedachte dat die plek op zijn minst geschikt kon worden gemaakt voor het kweken van wat groente als die steenmassa daar maar niet was. Meteen besefte hij dat vijftig span ossen dat grote blok steen niet van zijn plaats zouden krijgen. Omdat men eraan wanhoopte dat menselijke arbeid hier iets kon uitrichten, zocht hij zijn heil in de hulp van God. Daarom begin hij in de nachtelijke stilte te bidden. In de vroege ochtend gingen de broeders naar de plek toe. Ze stelden vast dat die grote rotspunt een eind was opgeschoven waardoor ze over een royale plek beschikten.
Toen de eerbiedwaardige man eens een glazen lamp in de kapel vulde, viel er een uit zijn handen en brak in gruzelementen. Beducht voor een boze reprimande van de vader van het klooster, zocht hij snel alle stukjes bijeen, legde ze voor het altaar neer en begon onder intense verzuchtingen te bidden. Toen hij na het gebed het hoofd weer oprichtte, zag hij dat de lamp, waarvan hij even tevoren geschrokken de restanten verzameld had, weer gaaf was. Zo volgde hij in die twee wonderen de machtige tekenen van twee vaders na: bij de rots het optreden van Gregorius die een berg verplaatste, en bij het herstel van de lamp het wonder van Donatus die een gebroken beker weer zo gaaf maakte als hij voor die tijd was."

Het wonder van Nonnosus, de prior van het klooster op de Soracte, een bijan 700 meter hoge berg ten noordoosten van Rome, wordt hier vergeleken met een door Gregorius Thaumaturgus († ca 275; feest 17 november), een leerling van Origenes († ca 254), verricht wonder. Toen het deze Gregorius door een uitstekende rots onmogelijk gemaakt werd een kerk te bouwen op een berghelling, bracht hij de nacht in gebed door. De volgende morgen bleek de rots zich op miraculeuze wijze te hebben verplaatst.

Bij het wonder van het herstellen van de gebroken lamp verwijst Gregorius naar een overeenkomstig wonder van Donatus, de bisschop van Arezzo († 362; feest 7 augustus), die door zijn gebed wist te bewerken dat een kelk die de diaken Anthimus had laten vallen, weer gaaf werd als tevoren.

Petrus: "Ik zie dat we te maken hebben met nieuwe wonderen naar oude voorbeelden."

Gregorius: "Wil je ook iets horen over een optreden van Nonnosus dat je kunt zien als zijn navolging van Elisa?"

Petrus:"zeker niets liever dan dat."

Gregorius: "Op een dag was de oude voorraad olie op, en al was de tijd van de olijvenoogst op handen, aan de olijfboom was geen vrucht te zien. De abt van het klooster besloot dat de monniken de boeren in de omtrek moesten gaan helpen bij de oogst. Allicht konden ze dan als beloning voor hun werk een beetje olie mee naar huis nemen. In alle nederigheid verzette de man Gods Nonnosus zich hiertegen. Hij was bang dat de broeders, als ze buiten het klooster zouden komen, schade aan hun ziel zouden lijden door met die beloning in natura winst na te jagen. Maar toen ze zagen dat aan de bomen van het klooster toch sporadisch wat olijven hingen, liet hij die verzamelen en in de pers doen. Het beetje olie dat eruit zou komen, moest men bij hem brengen.
Aldus geschiedde. De broeders vingen de olie in een vaatje op en brachten dat naar de dienaar Gods Nonnosus. Deze zette het terstond voor het altaar. Allen gingen naar buiten, terwijl hij bleef bidden. Na enige tijd liet hij de broeders binnenkomen en beval hun de daar neergezette olie mee te nemen en te verdelen over alle vaten in het klooster door er telkens een beetje in te gieten, zodat overal iets van de gezegende olie ingegoten was. Zoals de vaten daar bijna leeg stonden, liet hij ze afsluiten. De volgende dag werden ze geopend; ze bleken alle vol te zijn."

Vgl. het oliewonder bij Elisa: 2 Koningen 04,01-07.

[Gregorius de Grote ‘Dialogen. Het leven van Benedictus en andere heiligen. Vertaald en van een nawoord voorzien door G. Bartelink en F. van der Meer. Met een Ten geleide van dom Gerard Mathijsen OSB’ Nijmegen, SUN, 2001 ISBN 90-5875-111-2 pp:44-47]

Naar men aanneemt is Nonnosus rond 575 gestorven.

Onder abt Nitker (1039-1052) kwam een flink gedeelte van zijn relieken naar Freising; het werd door bisschop Adalbert feestelijk bijgezet in 1161. In de 17e eeuw werden er weer een paar naar de Soracte teruggebracht. In vroeger tijden werd zijn crypte onder de Dom van Freising druk door pelgrims bezocht.


Bronnen
[101;102;103;106;107; 111;111a;122; 137p:433; 140; 180p:126; 212p:33; 229; Dries van den Akker s.j./2007.08.29]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen