× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1180  Bernardus van Alcira met Gratia en Maria

Info afb.

Bernardus (oorspronkelijk Ahmed) van Alcira (ook van Valencia) o.cist., Spanje; moslim-bekeerling & martelaar met zijn beide zussen Gratia (ook Graziella; oorspronkelijk Zaïda) o.cist. en Maria (oorspronkelijk Zoraïda) o.cist.; † 1180.

Feest (1 juni &) 21 augustus.

Zij stamden uit een mohammedaans milieu. Hun vader, Almanzorius (of Alamsur), was ten tijde van koning Zaën burgemeester over twee stadjes: Pintarrafes en Carlete. Oorspronkelijk heetten zij Ahmed, Zaida en Zoraida. Zij hadden nog één broer: de oudste; hij heette naar hun vader: Almanzorius. Deze Almanzorius was erfgenaam van de bezittingen en de functies van zijn vader.

Ahmed ving op een dag prachtige gezangen op; het waren geen hemelse gezangen, maar het scheelde toch niet veel. Bij nader onderzoek bleken ze afkomstig te zijn uit een nabijgelegen cisterciënzer klooster. Na lang wikken en wegen besloot hij christen te worden en zich bij die monniken met hun gezang aan te sluiten. Van toen af aan noemde hij zich Bernardus, naar de stichter van de orde, Bernardus van Clairvaux († 1153; feest 20 augustus).

Deze twee Bernardussen worden nog wel eens door elkaar gehaald. Zo komt er in het leven van beiden dezelfde legende voor, waarvan men meent dat hij eigenlijk thuishoort bij onze Bernardus.

Een monnik was uit het klooster weggelopen, en was gaan samenleven met een vrouw bij wie hij ook een aantal kinderen verwekte. Omdat hij priesterlijke functies kon uitoefenen, bleef hij in een afgelegen dorpje intussen wel een parochie bedienen. Maar - zo zegt de legende - omdat God niet de dood van de zondaars wil, maar hun redding - gebeurde het dat onze Bernardus eens toevallig door het dorpje kwam waar deze voormalige monnik min of meer een verborgen leven leidde. Hij vroeg onderdak bij hem aan. De monnik van destijds herkende hem, ontving hem even hartelijk en gastvrij als was hij zijn eigen vader. Hij boog en knipte als een prima bediende.
De volgende morgen was de priester heel vroeg opgestaan om in de kerk de Metten te bidden. Daarop stuurde Bernardus diens zoontje met een boodschap naar hem toe; het kereltje was echter vanaf zijn geboorte stom geweest. Maar toen hij met de boodschap van Bernardus bij zijn vader aankwam, kon hij deze zonder mankeren in heldere taal en goed verstaanbare woorden overbrengen. Zijn vader hoorde de stem van zijn kind voor het eerst van zijn leven en raakte sterk geëmotioneerd. Hij liet het kereltje de woorden nog eens herhalen, en nog eens. Daarop vroeg hij wat de heilige man precies met hem had gedaan. "Niets", antwoordde het ventje, "hij heeft alleen maar gezegd: 'ga dit en dit aan je vader zeggen'; nou, en dat heb ik dus gewoon gedaan."
Toen holde de man terug naar huis waar de abt op hem zat te wachten. Hij viel hem onder tranen voor de voeten en sprak een complete biecht: "Vader ik was zus en zo'n monnik in die en die tijd in dat en dat klooster. Ik heb spijt over wat ik heb gedaan. Ik smeek u dat ik met u mee terug mag naar mijn klooster. Want met uw komst in mijn huis is God weer teruggekomen in mijn hart." De heilige abt antwoordde hem: "Wacht hier op mij tot ik een eind verderop mijn boodschappen heb gedaan; over een paar dagen ben ik terug. Dan zal ik je weer meenemen." Maar nu stak de angst voor de dood de kop op bij de boeteling waar hij tot nu toe nog nooit last van had gehad: "Ja maar, vader, als ik dan intussen doodga?" "Ik verzeker je: al zou je intussen sterven, je zult als monnik voor God verschijnen!"
Het was alsof beiden voorvoeld hadden wat er stond te gebeuren, want toen Bernardus enkele dagen later terugkwam, was de man inderdaad intussen overleden en reeds begraven. Hij verzocht de mensen zijn graf te openen. "Maar waarom, vader?" "Ik wil weten of er een parochiepriester of een monnik in het graf ligt." "Een parochiepriester natuurlijk. We hebben hem in zijn eigen priesterkleren begraven." Maar toen ze de aarde verwijderd hadden, lag daar een monnik in monnikspij, en met geschoren tonsuur! En alle omstanders loofden God.

Bernardus' inspirerende voorbeeld van christelijke deugd en naastenliefde had zo'n sterke aantrekkingskracht dat hij ook zijn zusjes wist over te halen om zich tot Christus te bekeren. Omdat hij intussen priester was gewijd, mocht hij ze zelf dopen. Zij kozen veelbetekenende namen: Zoraida werd Gratia (= 'genade') gedoopt en Zaida Maria, naar de moeder van de Heer, de moeder van alle genade.

Dit ging echter hun oudste broer te ver. Hij was verantwoordelijk voor het welzijn van de familie, en dit kon hij niet zien als een ontwikkeling ten goede. Hij riep zijn jongere broer ter verantwoording. Deze bezwoer hem dat hij niets van hem had afgepakt; integendeel, alles waar hij als jongste nog eventueel rechten op kon doen gelden, stond hij bij deze aan zijn oudste broer af. Dat kon je toch wel een ontwikkeling ten goede noemen. Maar Almanzorius junior voelde zich in de maling genomen en dreigde zijn broer dat het slecht met hem zou aflopen als hij niet terugkeerde tot Mohammed, het geloof waarin zij samen van jongsaf aan waren grootgebracht. Toen hij merkte dat hij voor dovemansoren sprak, liet hij zijn broer ombrengen door hem vast te spijkeren aan een boom.
Nu hoopte hij dat zijn zusjes tot andere gedachten zouden komen, en wél terug zouden keren tot het geloof van Mohammed. Maar zij toonden zich zo mogelijk nog standvastiger dan hun broer die hun in de dood was voorgegaan. Almanzorius stelde hun allerlei vreselijke martelingen in het vooruitzicht, als ze niet zouden toegeven, in de hoop dat ze zich uit angst voor de pijn zouden laten vermurwen. Maar zij waren intussen zo vertrouwd geraakt met Christus dat zelfs pijn hen niet meer kon afschrikken. Het eindigde ermee dat zij hetzelfde lot ondergingen als hun broer: zij werden onthoofd.


Bronnen
[014;100»Bernardus-Alzira:08.21;101a;104;106;107;303; Dries van den Akker s.j./2000.10.01]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen