× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 581  Eparchius van Angoulême

Info afb.

Eparchius (ook Cybar, Cybard of Ybar) van Angoulême osb, Frankrijk; abt; † 581.

Feest (23 maart &) 1 (& 3 & 4) juli.

Hij was afkomstig uit een adellijke familie in Périgord; zag af van zijn hertogelijke privileges en werd monnik in de abdij van Sessac. Niet lang daarna kreeg hij toestemming van zijn overste om zich als kluizenaar de in de eenzaamheid rond de plaats Angoulême terug te trekken. Dat moet omstreeks 542 geweest zijn. Bisschop Aftonius († 566; feest 26 oktober) wijdde hem priester. Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) wijdt een hoofdstuk aan hem in zijn ‘Geschiedenis van de Franken’ (VI.8):

‘Hij was een man van grote heiligheid. God verrichtte door zijn tussenkomst vele wonderen. Oorspronkelijk kwam hij uit Périgeux. Na zijn bekering en priesterwijding, trok hij zich terug in Angoulême en bouwde zich daar een cel. Hij verzamelde een handvol monniken om zich heen, en bracht zijn tijd door in onafgebroken gebed. Wanneer iemand hem goud of zilver schonk, wenste hij dat te besteden aan de ondersteuning van de armen of de vrijkoop van gevangenen. Nooit is er tijdens zijn leven in zijn cel brood gebakken. Want als men daar gebrek aan kreeg, werd het prompt aangeboden door vereerders die hem kwamen bezoeken. Zo heeft hij heel wat gevangen de vrijheid bezorgd door de aalmoezen die hem werden toegestopt, te besteden als afkoopsom. Hij verjoeg kwaadaardige geesten uit gifbekers door er een kruisteken over te maken; door zijn gebed wist hij boze geesten te verdrijven uit de lijven die erdoor bezeten werden. Niet zelden kreeg hij het bij een rechter gedaan dat de beschuldigde vergiffenis ontving, niet zozeer door voor ze te pleiten, maar veeleer door de macht van zijn milde redelijkheid. Als hij een beroep deed op zachtmoedigheid, smeekte hij met zoveel charme dat niemand hem iets kon weigeren.

Zo gebeurde het eens dat een man werd weggeleid om opgehangen te worden wegens diefstal. Een gewoontemisdadiger. Door de plaatselijke bevolking werd hij beschuldigd van nog veel meer wandaden, zoals agressiviteit, beroving en zelfs moord. Toen Eparchius hiervan hoorde, stuurde hij een van zijn monniken naar de graaf met het verzoek de man in leven te laten, hoe schuldig hij wellicht ook mocht zijn. Maar daartegen kwam de massa in opstand. Als deze man zou worden vrijgelaten, zo schreeuwden ze, dan zouden er geen recht en orde meer zijn in hun woongebied. Dan zou de graaf al zijn gezag verliezen. Dus onmogelijk die man de vrijheid te hergeven. Dus werd hij op de pijnbank gefolterd, met stokken en knuppels afgeranseld en veroordeeld tot de strop. Dit treurige nieuws bracht de monnik bij zijn terugkeer over. ‘Ga meteen terug,’ zei Eparchius. ‘Kom niet te dichtbij, maar blijf in de buurt. In zijn goedheid zal de Heer mij deze medemens ten geschenke geven, waar de mensen weigeren hem aan mij over te dragen. Als je hem naar beneden ziet vallen, til hem dan op, en breng hem hier naar mij in het klooster.’ De monnik deed wat hem gezegd was. Intussen knielde Eparchius neer in een langdurig gebed en wendde zich in tranen tot God. Daarop stortte de galg ineen, de ketens braken en de gehangene viel op de grond. De monnik tilde hem op en bracht hem gezond en wel bij zijn abt. Eparchius dankte God. Toen ontbood hij de graaf: ‘Mijn geliefde zoon,’ zo begon hij, ‘je hebt altijd welwillend geluisterd naar wat ik te zeggen had. Waarom was je vandaag zo halsstarrig door vergiffenis te weigeren aan de man van wie ik je vroeg zijn leven te sparen?’ ’Heilige priester, ik ben altijd bereid naar u te luisteren,’ antwoordde de graaf, ‘maar vandaag liep de massa te hoop, en daarom kon ik niet doen wat u vroeg; anders riskeerde ik een volksopstand.’ ‘Jíj luisterde niet,’ antwoordde Eparchius, maar God was wel bereid te luisteren. De man die jij tot de dood had veroordeeld, heeft hij Hij het leven geschonken. Daar staat hij. Ongedeerd.’ Terwijl Eparchius dit alles zei, viel de veroordeelde man op de knieën voor de voeten van de graaf. Die was stomverbaasd, toen hij degene die hij in doodsstrijd had achtergelaten, in levende lijve voor zich zag.

Deze geschiedenis heb ik van de graaf zelf gehoord.’

Verering & Cultuur
In het later geschreven boekje ‘De Glorie van de Belijders’ tekent Gregorius dit verhaal nogmaals op, maar nu, alsof dit wonderbare feit gebeurd was na Eparchius’ dood en door zijn monniken van zijn klooster van hem in de hemel werd afgesmeekt.

Zijn graf werd een drukbezocht pelgrimsoord, waar vele wonderen en genezingen plaats vonden. Het ging verloren in de 16e eeuw tijdens de onlusten met de Hugenoten.


Bronnen
[Bdt.1925; GTC:99; GTF.1974; Pra.1988; Süt.1941; Dries van den Akker s.j./2016.08.01]  

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen