× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1597  José de Anchieta

Info afb.

José de Anchieta sj, Reritiba (thans Anchieta), Brazilië; missionaris ; † 1597.

Feest 9 juni

Pater de Anchieta staat te boek als ‘de apostel van Brazilië’. Reeds in 1553, twee jaar na zijn intrede, werd hij naar de missie van Brazilië gestuurd. Niet zozeer uit apostolische overwegingen, maar in de hoop dat door het vriendelijke klimaat van Zuid-Amerika zijn chronische rugklachten zouden verminderen; hij had last van een pijnlijke vergroeiing in de ruggengraat. Op dat moment was hij pas negentien jaar. Hij was afkomstig van Tenerife, waar hij geboren was in 1534, het jaar dat Ignatius en de eerste gezellen hun geloften aflegden op de Montmartre in Parijs. Hij had gestudeerd in Coïmbra; daar was hij toegetreden tot de Sociëteit: 1 mei 1551.
Het was juli, toen hij met nog zes andere medebroeders landde in San Salvador (Bahía). Vier jaar tevoren was pater Nobrega daar een missiepost begonnen. In januari 1554 vergezelde hij Nobrega naar de missiepost Piratininga. Ze hoopten er een schooltje te kunnen beginnen. Daags daarna, op 25 januari, feest van Paulus’ Bekering, vierden ze de eucharistie. Ze doopten die plek naar de heilige van de dag: Sao Paolo, de huidige metropool.
In de twintig jaar die volgden verdeelde hij zijn tijd tussen de kolonisten en de inlandse Tupi- en Guaraní-indianen. De kolonisten probeerde hij ervan te overtuigen dat ze hun winstbejag op moesten geven en zich wijden aan de naastenliefde. Dat ze af moesten zien van - zoals hij het formuleerde - hun zogenaamde ‘overtuigende argumenten van zwaard en ijzeren staaf’. Hij gaf les, preekte en verdiepte zich in de inlandse talen, omdat hij begreep dat hij de Indianen alleen met Christus vertrouwd kon maken, als hij hun taal sprak. Reeds in 1555, amper twee jaar na aankomst,  voltooide hij een grammatica van de taal der Tupi-Indianen. Later zou een woordenboek volgen. Dit levenspatroon werd onderbroken in 1563.
Pater Nobrega wenste hem mee te nemen op een missie die vrede moest bewerkstelligen tussen der Portugezen enerzijds een de Tamoyos-indianen anderzijds, een woeste stam die herhaaldelijk schade toebracht aan de missieposten in hun gebied. Het liep er op uit dat zij frater de Anchieta vijf maanden als gijzelaar in hun midden hielden. Hij raakte bevriend met hen door zijn beminnelijk karakter, en zijn belangstelling voor hun taal en cultuur. Intussen had hij veel last van protestantse Hugenoten die een vestiging wilden beginnen in de bocht van Rio de Janeiro. Maar door zijn invloed kregen ze uiteindelijk geen voet aan de grond.
Hij maakte van die krijgsgevangenschap gebruik om een groot Maria-gedicht te componeren. Omdat hij niet over papier en schrijfbenodigdheden beschikte, schreef hij elke dag enkele regels in het natte zand van het strand, en leerde ze uit zijn hoofd. Eenmaal op vrije voeten vertrouwde hij het geheel toe aan papier: het was tenslotte uitgegroeid tot een dichtwerk in het Latijn van meer dan vierduizend regels, waarin hij Maria verheerlijkte en het protestantisme vervloekte als een duivelse draak!
In 1566 ontving hij de priesterwijding. Hij werd benoemd voor het district van Sao Paolo; gaf les, missioneerde, en schreef toneelstukken in het Latijn, Portugees, Spaans en Tupi. Zij moesten spelenderwijs zijn inlandse leerlingen bekend maken met de Bijbelse en de Christelijke cultuur. Daarmee staat hij aan het begin van de inlandse Braziliaanse literatuur. In 1577 werd hij provinciaal. Een jaar daarna stichtte hij een college in Rio de Janeiro.

Zoals gezegd was hij een zachtaardig mens. Dat blijkt ook uit de verhalen die over hem bewaard zijn gebleven. Vroegere levensbeschrijvers noemen hem ‘een nieuwe Adam’ vanwege zijn vriendelijke omgang met de dieren. Als hij door het oerwoud liep, of over een rivier en zelfs op zee in een boot voer, kwamen vogels op hem afgevlogen en verdrongen zich op zijn schouders. Ze zaten zelfs tot op zijn brevier. Dat maakte veel indruk op de Indianen. Volgens zeggen zouden alleen al om die reden hele dorpen zich bij hem en zijn godsdienst hebben aangesloten. Tijdens een zeereis streek er een vlucht uitgeputte papagaaien neer op de boot. De zeelui probeerden zich gretig meester van hen te maken. Maar hij nam ze in bescherming, en ze waren niet meer van zijn schouders weg te slaan. Zo beschermde hij bij een andere gelegenheid een groep apen waar medereizigers jacht op begonnen te maken; ook zij zochten vanaf dat moment steeds zijn nabijheid. Op een ander moment sprak hij een aap ernstig toe die stelselmatig vernieling aanrichtte aan het suikerriet dat men probeerde te planten. ‘Je kunt altijd komen bedelen om voedsel, maar in deze tuin mag je nooit meer komen.’ Sindsdien hadden ze geen last meer.

Tijdens een expeditie in de bergen rond Rio de Janeiro was hij ’s nachts de tent uitgegaan. Zijn medereizigers - een jezuïetenstudent en enkele sjouwers - hoorden hem buiten praten: ‘Hier, lieve vrienden, eet er maar van. En maak dan dat je weg komt.’ Zijn gezelschap vroeg hem tegen wie hij daar aan het praten was. Hij antwoordde niet. Maar de volgende ochtend zagen ze in de grond voor de tent duidelijk sporen van twee panters. Zo staat hij afgebeeld op een enorm schilderij dat te vinden is in de kloostergang van de Oude Abdij in Drongen.
Gaandeweg begon zijn rug steeds meer op te spelen. Paard rijden was een ware temptatie voor hem. Maar één van zijn stelregels was: ‘Niets is te zwaar, als daar de eer van God en het heil van de zielen mee gemoeid zijn.’ Vroeg oud geworden en afgeleefd trok hij zich vanaf 1591 terug in de missiepost Espiritu Santo in Retiriba. Zes jaar later overleed hij op drieënzestigjarige leeftijd. Sindsdien is die plek naar hem genoemd: ‘Anchieta’.

Verering & Cultuur
Grondlegger van Sao Paolo, van de inlandse Braziliaanse literatuur, eerste samensteller van grammatica’s en woordenboeken van inlandse Indianentalen: spectaculaire feiten. Toch is dat alles niet de reden waarom de Kerk hem vereert als heilige. Vanuit zijn eigen perspectief zijn het bijkomstigheden die hun oorsprong vinden in zijn ijver voor ‘de eer van God en het heil van de zielen’, zoals hijzelf zei.

Op 22 juni 1980 werd hij door paus Johannes Paulus II zalig verklaard. Zijn heiligverklaring volgde op 2 april 2014.


Bronnen
[Brg.201; Koch.1934 (‘Jesuitenlexikon’); Lin.1999; Mül.1860; Tyl.1984; Wright.2004; Dries van den Akker s.j./2014.03.27]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen