× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 184  Irene van Magido

Info afb.

Irene (oorspronkelijk Penelope) van Magido op de Balkan (ook van Magedon), Constantinopel; martelares; 184.

Feest 5 mei.

Hoewel zij in de oosterse kerk grote verering geniet, is er over haar leven slechts weinig bekend. Volgens de overlevering werd zij voor Christus gewonnen door toedoen van de apostel Timotheus ( 97; feest 26 januari), leerling van Paulus.

Ook de plaats van haar martelaarschap is ondduidelijk. De oosterse kerken plaatsen haar verhaal op de Balkan; er zijn er zelfs die veronderstellen dat zij van Servische afkomst was. Toch is daar een plaats Magido onbekend. Wel kennen we de stad Magydus in Pamfili (= Zuid-Turkije). Of daar al een christengemeente was tegen het eind van de 2e eeuw is onbekend. In ieder geval zou bisschop Nestor er in 251 tijdens de christenvervolgingen onder keizer Decius (249-251) de marteldood sterven (feest 26 februari).

Over Irene's martelaarschap is wel een oude legende bewaard.

De maagd en martelares Irene was een dochter van Keizer Licinius en koningin Licinia, uit de stad Magedon. Bij haar geboorte werd zij Penelope genoemd. Haar vader bouwde voor haar een prachtige toren en zette er een muur omheen. Hij legde er een lusthof aan en richtte het geheel in met alle kostbaarheden die de wereld maar te bieden had. Bovendien stelde hij er 98 afgodsbeelden op. Vervolgens sloot hij zijn dochtertje, dat op toen zes jaar oud was, daar op; want ze was zeer mooi; zo zou ze daar tot aan haar huwelijk kunnen verblijven. Hij liet haar verzorgen door dertien dienstmaagden en gaf haar bovendien Ampelius als leermeester mee. Deze moest haar onderrichten in alle wetenschappen.

Toen zij intussen twaalf jaar geworden was, kwam er opeens door het venster dat op het oosten uitkeek een duif binnengevlogen; hij legde op de gedekte tafel een olijf neer; en door het venster dat op het westen uitkeek kwam een raaf binnengevlogen; deze legde een slang neer op dezelfde tafel. Zij vertelde het haar leermeester. Deze gaf haar de verklaring: "De raaf is de koning van de goddelozen en de slang is de bekoring die hij je zal voorhouden. De duif daarentegen is de koning van de hemel en de olijf de hemelse vrede die daar voor jou in petto wordt gehouden."

Nu kwam de tijd dat haar vader haar wilde uithuwelijken en hij vroeg haar naar haar mening. Het meisje vroeg zeven dagen bedenktijd om de goden te kunnen raadplegen. Maar toen zij van hen geen antwoord kreeg, riep zij de God der christenen aan over wie zij had horen spreken. Op hetzelfde moment verscheen haar een engel die haar in het geloof onderrichtte en haar meteen een nieuwe naam gaf: 'Irene'. De dag daarop kwam er een priester, Theotimus geheten (= 'godvrezende' of 'vereerder van God'), om haar te dopen. Hij was door een engel de toren binnengebracht.

Zijn naam zou dus een verbastering zijn van Timotheus.

Onmiddellijk gooide zij alle afgodsbeelden van haar vader uit de toren naar beneden. Toen nu haar vader na zeven dagen terugkwam, vond hij de afgodsbeelden aan stukken en vernam dat zijn dochter christen geworden was. Hij liet haar naar de stad overbrengen. Aan de stadspoort verscheen haar de duivel. Maar zij verjoeg hem door het maken van het kruisteken. Zij bekende zich in het openbaar tot Christus. Daarop liet haar vader haar aan handen en voeten gebonden voor de hoeven van wilde paarden werpen met de bedoeling dat deze haar zouden vermorzelen. Maar een engel stond haar bij, en zij bleef ongedeerd; terwijl haar vader gedood werd door de beet van n der paarden. Het meisje wekte hem echter weer ten leven, wist hem te bekeren en sloot hem samen met haar moeder in de toren op; dan zou hij boete kunnen doen. Zij zelf bleef in de stad en verkondigde er het woord van Christus. Velen bracht zij tot bekering. Dit alles drong ook door tot Sedekias Decius, een broer van Licinius en een zeer machtig koning. Hij kwam naar de stad, arresteerde Irene en liet haar in een slangekuil werpen. Zo zou ze ofwel door uitputting ofwel door een slangebeet om het leven komen. Maar een engel kwam haar voeden en doodde voor haar de slangen. Zij verbleef daar dertien dagen zonder voedsel. Toen liet Decius haar voeten afhakken, maar een engel kwam ze er meteen weer aanzetten. Vervolgens werd ze op aanraden van stadhouder Hipparchos aan de onderkant van een molenrad vastgebonden; nu werd het water de vrije loop gelaten. Maar onmiddellijk deelde zich de waterloop in tween, en de sluizen raakten onklaar; zodat het rad onbewogen stil bleef staan en het meisje ongedeerd tevoorschijn kon kruipen. Bij het zien hiervan bekeerden zich zevenduizend heidenen; ze stenigden Decius en verdreven hem uit de stad. Een paar dagen later bezweek hij aan de verwondingen die de stenen hem hadden toegebracht. Nu wilde zijn zoon, Sapor, zijn vader wreken en trok met een leger tegen de stad op. Maar toen de maagd op de poort van de stad verscheen werden alle vijanden met blindheid geslagen en op haar gebed pas weer ziende gemaakt. Maar Sapor trok de stad binnen, liet spijkers onder de voetzolen van het meisje slaan en hing haar een zwaar gewicht om; zo moest zij zeven mijlen afleggen. Toen zij echter ongedeerd terugkeerde, bekeerden zich dertigduizend mensen. Sapor werd door een duivel gegrepen en kwam om. Vervolgens verscheen de priester, Theotimus; hij doopte haar ouders en heel het volk en onderrichtte hen naarstig in het geloof.

Drie jaar later kwam de maagd naar de stad Calanicum. Daar werd ze gearresteerd door de koning vanwege haar toebehoren aan Jezus Christus. Hij liet haar achtereenvolgens in drie uit gloeiend heet ijzer gegoten ossen opsluiten. Maar zij bleef ongedeerd. Toen de derde os brullend begon rond te springen zoals een levende os zou doen bij een dergelijke hitte, bekeerden zich tienduizend heidenen. Na de dood van de koning hier, werd zij door een opperrechter in het vuur geworpen. Maar zij verliet het weer zonder dat haar een haar op het hoofd of een draad aan het lijf was geschroeid. Daarop bekeerde zich die opperrechter.

Nu begaf ze zich naar de stad Constantiana met een olijftak in

de hand; ze bleef er acht dagen en wist er vele mensen tot bekering te brengen. Van daar uit ging ze naar Nicea; op dat moment regeerde daar een koning die ook Sapor heette. Maar deze wist zij te winnen voor Christus met vele van zijn onderdanen. Zij keerde nu naar haar vaderstad terug en vernam dat haar vader intussen gestorven was. Zij bleef dus enkele dagen bij haar moeder om haar te troosten. Maar tenslotte werd ze weer door de kracht van God gegrepen en naar Efese gevoerd; daar verrichtte zij vele wonderen en wist er vele zielen voor Christus te winnen. Na vijftien dagen nam zij haar leerling Ampelianus met zich mee en begaf zich met nog zes andere mannen buiten de stad. Daar vond ze een nieuw graf. Zij liet zich daarin opsluiten en beval de mannen na vier dagen terug te komen. Op het afgesproken moment kwamen de mannen terug, rolden de steen voor het graf weg, maar bevonden het leeg. Haar feest wordt gevierd op 5 mei, de dag dat ze het graf binnenging...

De boodschap van het verhaal is duidelijk: door haar geloof in Christus is Irene sterker dan alle denkbare martelingen. Opvallend zijn de namen van de vijandige machthebers: Licinius, Decius en sapor. Zij markeren elk een vervolgingsperiode uit de eerste eeuwen van het christendom: Licinius was Romeins keizer: 308-324; Decius ook: 249-251 en Sapor was de naam van twee koningen van Perzi: resp. 241-272 en 309-379.

Verering & Cultuur
In de oosterse kerk geniet zij grote verering. Zij geldt er zelfs als heilige genezer. Reeds keizer Constantijn ( 337; feest 21 mei) liet in Constantinopel een basiliek bouwen ter ere van haar; twee eeuwen later door keizer Justinianus ( 565; feest 14 november) aanzienlijk verbouwd en vergroot.

Afgebeeld
Er bestaat een zeer oude icoon uit de 8e 9e eeuw, die bewaard wordt in het Catharinaklooster op de Sina, waarop een heilige martelares Irene staat afgebeeld; het is niet zeker of zij de 'onze' is dan wel Irene van Thessalonika.


Bronnen
[123p:74-76; 139/2p:143; 140/5p:35; 390/5p:327; Dries van den Akker s.j./2010.04.24]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen