× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 413  Marcellinus van Carthago met Agrarius

Marcellinus van Carthago, Noord-Afrika; martelaar met zijn broer Agrarius; † 413.

Feest 6 april.

Hij was Romeins tribuun en notaris en werd in die hoedanigheden door keizer Honorius (395-423) tezamen met zijn broer Agrarius naar Carthago gezonden om er de ketterse Donatisten tot andere gedachten te brengen. Want die dreigden zich niet alleen los te maken van de moederkerk, maar zorgden ook in het maatschappelijk verkeer voor veel onrust.

In 410 werd er in Carthago een kerkvergadering belegd. Marcellinus werd door de keizer afgevaardigd om die vergadering voor te zitten en erop toe te zien dat zijn maatregelen werden uitgevoerd. De katholieke bisschoppen boden hun tegenstanders aan de bisschopszetels eerlijk te verdelen en in geval van twijfel de voorkeur te laten uitgaan naar de kandidaat van de andere partij. Maar de Donatisten wilden er niets van weten. Zo vielen alle bisschopszetels dus toe aan de katholieken en Marcellinus zag zich genoodzaakt de maatregelen van de keizer door te voeren; deze traden in werking, nu de Donatisten zich onverzoenlijk opstelden.

Zoals Marcellinus woordvoerder was van de katholieken, hadden de Donatisten een Marinus. Hij was op zijn beurt vanuit Rome naar Carthago gestuurd om de opstand van een zekere Heraclion de kop in te drukken. Deze Heraclion weigerde zich te voegen naar het bevoegd gezag, en de hoge ambtenaar Marinus bezat de volmacht om hem streng te straffen. Als leider van de Donatistische partij wist hij het zo te draaien dat Marcellinus ervan beschuldig werd te heulen met de staatsgevaarlijke Heraclion. Het liep uit op een schijnproces. Daar werd Marcellinus ter dood veroordeeld tezamen met zijn broer. In afwachting van zijn terechtstelling vroeg Agrarius in de gevangenis aan zijn broer:

"Als je er nou van uitgaat dat ik hier de straf ontvang voor mijn zonden, hoe komt het dan dat jij nota bene dezelfde straf moet ondergaan? Als er nu iemand een onberispelijk christelijk leven heeft geleid ben jij het wel?" Marcellinus was natuurlijk te bescheiden om het daarmee eens te zijn. Hij antwoordde dat hij blij was alvast aan deze kant van de dood de straffen voor zijn zonden te moeten ondergaan, zodat hij aan de andere kant van de dood klaar zou zijn om van zonden vrij voor God te verschijnen. Hij had ook kunnen antwoorden, dat Jezus destijds precies hetzelfde had ondergaan. Ook op Hem was niets aan te merken geweest, en toch was hij veroordeeld tot een vernederende doodstraf.

Vlak voor hun terechtstelling kwam zijn vriend, bisschop Augustinus († 430; feest 28 augustus) hem vanuit Hippo nog opzoeken in de gevangenis. Later zou de grote bisschop ook zijn meesterwerk 'De Civitate Dei' (= Over de Stad Gods) aan zijn nagedachtenis opdragen. In een brief schrijft hij over zijn vriend: "Hij was door en door christen, een godsdienstig man van grote heiligheid. Beproefd in zijn optreden, trouw in zijn vroomheid, betrouwbaar in zijn huwelijk, onkreukbaar als juridisch ambtenaar, geduldig jegens zijn vrienden, beminnelijk tegenover ieder die hij tegenkwam, geneigd om iedereen het naar de zin te maken, terughoudend om iets voor zichzelf te vragen; goede daden deden hem genoegen, foute verdriet; hij paste zich gemakkelijk aan en stond voor iedereen klaar; met een hart dat altijd bereid was zijn vijanden te vergeven, en ze zelfs te beminnen. Hij was een man van gebed. In alles wat hij deed vertrouwde hij op God. Als hij over geloofswaarheden sprak, deed hij dat altijd met respect en bescheidenheid. Het was dat hij getrouwd was, anders zou hij allang alle zorg voor materiële zaken opzij hebben gezet. Maar zelfs temidden van de zorgen van alledag was hij onmiskenbaar verbonden met Jezus Christus." Het kon niet anders of God zou zoveel goeds in de hemel belonen met de kron van de overwinning.


Bronnen
[101; 101a; 102; 140/4p:35; 390/4p:246; Dries van den Akker s.j./2001.03.19]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen