× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 344  Hondertwintig martelaren van PerziŽ

Hondertwintig Martelaren van PerziŽ, Seleuca, PerziŽ; Ü 344.

Feest 6 april.

In oude perzische martelaarsberichten staat het volgende te lezen:

'1. In het vijfde jaar van onze vervolging verbeelf de koning in 'de steden'.

Met 'steden' wordt in feite altijd bedoeld de Perzische koningstad Seleucia-Ktesifon.

Op verschillende plaatsen en in de steden zelf werden priesters, diakens en zonen en dochters van de staat gearresteerd, 120 in getal. Zes maanden lang werden ze de hele winter in de gevangenis opgesloten. Nu was er een voorname vrouw - haar gedachtenis zij gezegend - die Jazdandocht heette wat 'Dochter van God' betekent. Zij was afkomstig uit de stad Arbel in de provincie Hdajab. Al de tijd dat de heilige getuigen van God in de gevangenis zaten, werden zij door haar uit eigen vermogen onderhouden. Zij dekte al hun onkosten en stond het eenvoudig niet toe dat een ander er aan meebetaalde.

2. Telkens opnieuw werden de gevangenen voorgeleid om ondervraagd te worden. Als de magiŽrs daar zin in hadden lieten zij ze folteren en onderwierpen zij ze aan allerlei pijnigingen. Op bevel van de koning werd hun meegedeeld:
"Werp u in aanbidding neer voor de zon, anders zul je een ellendige dood sterven."
Maar de heiligen bleven standvastig in hun goede gezindheid en zij spraken als uit ťťn mond:
"Wij zijn dienaren van de ware God, die hemel en aarde heeft geschapen en alles wat daarin is. Wij kijken dus wel uit om Hem te verloochenen en ons van Hem af te keren door andere wegen te gaan. Hem alleen willen we aanbidden en niet de zon, want dat is slechts een schepsel, een werk van zijn handen. Voer uw vonnis nu maar gewoon uit. Daar doet u ons het grootste plezier mee. Laat die dood maar komen, dan zijn we in ieder geval af van die smadelijke vernederingen waarmee u ons de hele dag lastig valt."

3. Op de dag dat de koning had besloten weer te vertrekken kwam er in het geheim een bevriende paleisdienaar naar onze gelovige vrouw met de mededeling dat de volgende morgen vroeg de heilige getuigen gedood zouden worden. Daarop begon zij een heerlijke maaltijd klaar te maken, zette hun die voor en bediende hen persoonlijk. Zij verwisselde hun gevangeniskleren voor splinternieuwe witte gewaden, maakte ze op als een bruidegom en zei:
"Houd moedig vast aan de Heer en de beloften, die Hij in het evangelie heeft opgeschreven en temidden van ons heeft achtergelaten. Ook Hij leed in zijn lichaam. Maar zo heeft Hij de deur geopend naar een getuigenis waarmee wij aan Hem gelijk kunnen worden; zo hoeven wij niet bang te zijn voor de dood wanneer die ons door vijanden van de gerechtigheid wordt aangedaan. Wees dus ijverig. Verhef je hart. Breng de nacht door in gebed; zing psalmen; loof en prijs onafgebroken de Heer; zodat je waardig het lot van het martelaarschap voor Jezus ondergaat. Hij heeft je lief."
Maar ze zei er op die avond niet bij dat ze de volgende morgen zouden sterven. Daarom waren ze nogal verbaasd en zeiden:
"Wat heeft dit allemaal te betekenen? Die omhaal die u voor ons over hebt en al die zorg waarmee u ons omringt?"
Waarop zij antwoordde:
"Ik heb God een plechtige gelofte gedaan. En die heb ik vandaag vervuld."
De nacht bracht zij thuis door. Maar reeds in de vroege morgen kwam zij ze weer opzoeken met de woorden:
"Bid nu eens te meer vanuit de volheid van je hart en met een zuiver geweten. Want vandaag zullen jullie de kroon van de overwinning in ontvangst nemen. Vandaag betreed je de hoogste treden van het Rijk; vandaag word je de grootste overwinning ter wereld gegund; vandaag eindigt jullie dapper gevecht op aarde. Je zult je Heer met je dood verkondigen en dat met je bloed bezegelen. Ik wil jullie maar om ťťn gunst vragen. Wees zo goed aan de Heer te vragen, die van jullie houdt en om wie jullie de marteldood zullen moeten ondergaan, dat Hij mij waardig keurt om op de dag die voor mij is vastgesteld, jullie te mogen aanschouwen, en dat ik mag binnengaan waar jullie mij zijn voorgegaan en me mag verheugen in jullie gezelschap. Want ik weet zelf heel goed dat ik een zondares ben maar ik geloof vast dat de Heer mijn zonden zal vergeven, a;s jullie in je gebed daarom vragen."

4. De eerbiedwaardige ouderlingen onder hen antwoordden:
"Wij hebben er alle vertrouwen in dat God in zijn grote barmhartigheid ons zal verhoren en dat Hij u met goede gaven zal terugbetalen voor alle eerbied en verkwikking die u ons al die tijd dat we gevangen zaten omwille van zijn naam geboden hebt. Hij zal uw gebed omwille van uw geloof meer dan vervullen."

5. Toen het moment gekomen was, klonk het bevel dat zij afgevoerd moesten worden. Zij stond aan de deur en bij de eerste die met boeien en al naar buiten kwam kuste zij handen en voeten. Dat deed ze bij allemaal. Snel werden zij buiten de stad gebracht waar de groot-mopet al klaarzat om hun ondervraging en terechtstelling te leiden. Op bevel van de koning sprak hij:
"Aanbid de zon en u brengt het er levend van af."
Maar de heiligen riepen met luide stem:
"Hebben jullie nou niet in de gaten, blinden en onverstandigen dat jullie zijn, dat degenen die hun dood tegemoet gaan, altijd rouwkleren dragen en dat hun gezichten grauw zien van angst? Terwijl wij feestkleren aanhebben en ons gezicht straalt als een roos in de vroege morgen. Doe maar met ons wat je wilt, jullie goddelozen. Want we kijken wel uit om onze God te verlaten en schepselen te aanbidden. We hebben geen enkel respect voor dit keizerrijk van u, en de bevelen die er worden uitgevaardigd, gehoorzamen wij niet. Zo eren wij het onzichtbare koninkrijk met ons bloed en brengen wij het lof door middel van onze dood, waar jullie ons in je verwatenheid injaagt. Wij krijgen ginds eeuwige rust en verkwikking, jullie straks pijn en tandengeknars in eeuwigheid."

6. Toen werd het hardvochtige vonnis dat tegen hen was uitgevaardigd ten uitvoer gebracht: ze werden met het zwaard onthoofd. Zij weerstonden manmoedig de dood door de bek van het zwaard in de hoop op Christus. Diezelfde nacht nog huurde de vrouw op de markt per lijk twee dagloners en maakte voor ieder een doodskleed klaar met het oog op de begrafenis. Men droeg ze een heel eind weg, dolf snel een graf voor ze en legde er telkens uit angst voor de magiŽrs vijf in een graf.

7. De heiligen werden gekroond op de zesde nisan van de maantelling.'


Bronnen
[000Ľ bk:Oskar Braun 'Ausgewš hlte Akten Persischen Martyrer'; 102; 106; 140/4p:34; 141; 340/4p:244; Dries van den Akker s.j./2001.03.20]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen