× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 1220  Vijf franciscaner martelaren van Marokko

Info afb.

Vijf franciscaner Martelaren van Marokko (ook van Coïmbra) ofm, Coïmbra, Portugal; † 1220.

Feest 16 januari.

Zij worden vereerd als de eerste martelaren uit de franciscaner orde. Zij heetten Berardus (ook Bernardus) van Carbio (of van Corbio), Petrus van San Gimignano, Accurtius (ook Accurcius, Accursius of Accursus), Adjutus (ook Aiutus) en Otho (of Otto).

Aanvankelijk waren zij met zes en stonden zij onder leiding van een broeder Vitalis. Vader Franciscus († 1226; feest 4 oktober) had hen persoonlijk naar Spanje gestuurd met de opdracht daar de Moren tot Christus te bekeren. Onderweg werd Vitalis zwaar ziek. Het zag ernaar uit dat hij voorlopig niet beter zou worden. Hij beval zijn broeders zonder hem verder te trekken en aan Franciscus' opdracht te gehoorzamen. Met pijn in het hart lieten de andere vijf hun broeder-overste in een armelijk gasthuis achter en bereikten uiteindelijk Coïmbra.
Daar hadden zij een onderhoud met koningin Braca, de gemalin van koning Alfonsus II († 1223). Zij zag in de vijf simpele kerels grote heiligen en vroeg hun of zij wisten, wanneer zij zou sterven. Zij antwoordden dat zulk een grote genade niet aan hen gegeven was. Maar vervolgens voorspelden zij haar dat zij zelf als martelaren in Marokko zouden sterven en dat hun stoffelijk overschot naar Coïmbra zou worden overgebracht en dat zij, de koningin, hen met een massa gelovigen tegemoet zou gaan en hen feestelijk zou binnenhalen en dat zij hen een plechtige begrafenis zou geven in een van de kerken van de stad. Niet lang daarna zou zij zelf uit dit leven verscheiden. Zij diende zich te voegen naar de wil van de Heer, die zielsveel van haar hield, zo besloten zij.
Vervolgens vertrokken zij naar Alenguer waar intussen al een franciscaner kloostertje was gevestigd. Daar rustten zij een paar dagen uit. In die korte tijd wonnen zij de gunst van de Infante Sancha, de dochter van de latere koning Sancho II van Portugal. Zij zou later in de buurt van Coïmbra een cisterciënzerklooster stichten en er zelf de eerste abdis worden († 1229; feest 13 maart). Nu voorzag zij de mannen van alles wat zij voor hun verdere reis nodig hadden. Daarop vertrokken zij vanuit de haven van Lissabon naar het koninkrijk van Sevilla dat indertijd in Moorse handen was.
Zij gingen rechtstreeks naar de moskee en begonnen daar allerlei lelijks tegen de Koran te roepen. Onmiddellijk werden ze met geweld de moskee uitgewerkt. Bont en blauw begaven ze zich nu naar het paleis van de kalief. Deze vroeg hun wat ze kwamen doen. Zij antwoordden: "Wij komen u Jezus Christus verkondigen; wij drukken u op het hart Mohammed af te zweren om zo het eeuwig leven te krijgen." De kalief kondigde hun aan dat hij ze stuk voor stuk ging onthoofden, zodat hun monden niet meer zulke godslasterlijke dingen konden uitbrengen. Maar zij toonden zich daarover zo verheugd dat hij van dat voornemen afzag. Hij liet ze in de gevangenis werpen. Daar beklommen zij het dakterras en riepen met luide stem over de stad dat Mohammed een zoon van de duivel was en meer van dat soort vervloekingen. De kalief had eigenlijk medelijden met ze, en wilde ze terug sturen naar waar ze vandaan kwamen: Italië. Maar dat weigerden de vijf broeders en op hun eigen verzoek werden ze op de boot naar Marokko gezet.
Daar begon alles weer van voren af aan. Nu vielen ze in handen van de miramolin Abou Jacoub. Die vroeg hun wie zij waren. Waarop zij antwoordden: "Wij zijn leerlingen van vader Franciscus die zijn volgelingen uitstuurt over de hele wereld om alle mensen de weg van de waarheid te wijzen." "En wat mag die waarheid dan wel zijn?" Nu begon broeder Otho, die priester was, het Credo op te zeggen, de Twaalf Artikelen van het Geloof. Maar de vorst liet hem niet eens uitspreken: "Volgens mij is het de duivel die spreekt door jullie mond." Hij leverde hen over aan de beulen, die hen de hele nacht aan folteringen onderwierpen. Naar verluidt werden ze met zoveel geweld gegeseld dat hun het vlees in vellen van het lijf hing en hun ribben zichtbaar werden. Vervolgens overgoten hun beulen de schrijnende wonden met azijn en kokende olie. En tenslotte werden de mannen over potscherven voortgesleept. Zo liet de machthebber hen de volgende morgen weer voor zich verschijnen. Hij vroeg hun of ze van zins waren nog langer door te gaan de Koran en de Islam te beledigen. Alle vijf riepen ze dat er maar één waarheid was: het evangelie van Jezus Christus. Daarop liet Abou Yacoub zijn zwaard halen en sloeg ze eigenhandig stuk voor stuk het hoofd af.

Zoals ze zelf aan koningin Braca voorspeld hadden werden hun relieken overgebracht naar Coïmbra en bijgezet in de kerk van Santa Cruz.
In 1481 werden zij als de eerste franciscaner martelaren door paus Sixtus IV († 1484) heilig verklaard.


Bronnen
[Bri.1953»Berard; Cal.0000»BerardusEnf.1984; Ha1.1838p:91; Kib.1990; Lin.1999; M&M.1980; Mül.1860; RR1.1640»01.16; Dries van den Akker s.j./2007.12.24]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen