× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
Blijf in mij

Blijf in Mij...
Dries van den Akker s.j. voor tijdschrift 'Christelijk Leven'

Johannes, Jezusleerling en evangelieschrijver,
aan de Gemeenschappen van Christelijk Leven.

Naar ik hoor komen jullie geregeld bij elkaar om samen te bidden en geloofservaringen uit te wisselen. Een zeer goede zaak. Vergeet niet God en elkaar daarvoor te danken. Op dit moment houden jullie je bezig met het door mij geschreven evangelie. Er zijn vragen gerezen. Jullie zouden meer willen horen over mijn persoonlijke ervaringen, strijd en geloofsontwikkeling, welke hebben geleid tot deze evangelietekst. Zodat je daaraan je eigen ervaringen kunt spiegelen.

Welnu, ik herinner mij nog goed dat ik voor het eerst hoorde spreken over mijn naamgenoot, de predikant Johannes de Doper. Zou hij de lang verwachte Messias zijn? Dat gerucht raakte aan een diep verlangen in mij. De Messias! Die zou van deze wereld in één klap een paradijs maken. Stel je voor, de Romeinen het land uit; eindelijk vrij. Wij, Galileeërs van het noorden: we zouden niet langer stelselmatig door de religieuze leiders gediscrimineerd worden of minachtend bejegend als 'het goddeloze Galilea van de heidenen', waar niets goed vandaan kon komen. De Messias zou ieder gelukkig maken. Ik was amper twintig, en droomde van grotere dingen dan vissersknecht te zijn in ons familiebedrijf; sterk beïnvloed door mijn moeder. Zij hoopte dat mijn oudere broer, Jacobus, en ik het ver zouden schoppen in de wereld, en op hoge maatschappelijke posities zouden belanden. De Messias! Dan zou ik, Johannes uit Kafarnaüm, de moeite waard zijn en mijn leven betekenis hebben.

Wat verlang je?

Ik maakte van een feestweek gebruik om - tezamen met mijn vriend en collega Andreas - de honderd kilometer af te leggen naar de plek aan de Jordaan waar de Doper optrad. Kun je je voorstellen wat het voor mij betekende toen ik hem luid en duidelijk hoorde uitroepen: "Ik ben de Messias niet!" Alle hoop en verwachting de bodem ingeslagen. Er zou gewoon niets veranderen in mijn leven. Hoe had ik ook zo stom kunnen zijn met mijn dagdromen?
Maar op dat moment wees hij naar een voorbijganger: "De man van God." Wat heeft ons toch bezield dat wij, Andreas en ik, als in trance achter die man zijn aangelopen? Hij merkte dat Hij gevolgd werd, draaide zich om, keek ons een ogenblik aan... Dat ogenblik. Heb je ooit bij dat woord stilgestaan? Ogenblik. Wat daarin besloten ligt. Met geen pen te beschrijven. Alleen te verstaan door iemand die zelf ooit met respect, tederheid en liefdevolle mensenkennis is aangezien. Hij vroeg: "Wat verlang je?" Ik had het wel uit kunnen schreeuwen, maar we stamelden: "Meester, waar houdt u verblijf?" Hij nodigde ons uit. En na dat bezoek waren we er allebei zeker van: we hadden de Messias gevonden. Wat er dan gebeurd is in die paar uur dat we bij Hem verbleven? Daar heb ik met opzet in mijn evangelie met geen woord over geschreven. Om ieder van jullie, in staat te stellen daar zijn eigen diepste verlangen in te vullen, in de overtuiging dat dat verlangen gekend wordt, gehoord en bemind.

Regelgeloof

Vanaf mijn eerste ontmoeting met onze Meester is mij opgevallen hoe anders Hij stond in het geloof dan mijn medegelovigen. In mijn omgeving draaide het in het geloof altijd om de vraag: "Leven wij wel volgens de Wet? Mag dit wel? Mag dat niet?" Een regelgeloof. Je werd er soms gek van. En ongelukkig. Want op de bodem van je ziel leefde je voortdurend met het gevoel dat het eigenlijk nooit goed was. En wie wel precies volgens de regels van de Heilige Wet leefde, wist altijd van een ander heel nauwkeurig aan te wijzen wat die fout deed. Zo ging het bij ons toe.

Jullie moeten me maar niet kwalijk nemen, maar verreweg de meeste kerkelijke uitzendingen die ik op jullie televisie zie, ademen diezelfde sfeer. Alsof het er in ons geloof om gaat of je wel iets mag of niet. Natuurlijk is dat niet onbelangrijk, maar het is zeker niet het voornaamste. Onze Meester, Jezus, had daar vaak verdriet van. Ik hoor Hem nog zeggen op de laatste avond van zijn leven: "Het gaat slechts om één gebod, één regel: dat je elkaar liefhebt." Voor mij is dat zijn testament geworden. Geloven is niet een kwestie van leven volgens regels; zo'n geloof bloedt dood. Nee, geloven is je laten beminnen en op jouw beurt liefhebben. God is liefde. Wie daar ja op zegt en eraan meedoet, wordt zelf iets van God.

Meen niet dat dit maar woorden zijn. Ik weet waar ik het over heb. Mijn lange leven is een leerschool geweest om dit geheim in mij te laten groeien. In mijn jonge jaren was ik immers die leerling die Jezus in alle ernst voorstelde vuur uit de hemel te bidden, toen Samaritanen ons niet wilden ontvangen. Niks liefde dus. En dat, terwijl Jezus ons net had uitgelegd dat Hij naar Jeruzalem zou gaan en dat Hij daar veel te lijden zou hebben van de religieuze leiders, maar dat Hij zich de aangewezen persoon achtte om precies die verblinde ongelukzaaiers vergeving en barmhartigheid aan te zeggen, zelfs al zouden ze er niet om vragen en Hem zelfs weghonen. God is groter. Dat moest Hij laten zien, zei Hij.

Lijden

Ik bewaar een intense herinnering aan de manier waarop de Meester zijn lijden heeft gedragen. Hoe vernederend en mensonterend het ook was, het leek alsof Hij het op zich nam, en niet dat Hij er een willoos, meelijwekkend slachtoffer van was. Dat heb ik proberen uit te drukken in mijn relaas van zijn lijdensweg. Ook daar was Hij onze Meester. De brief aan de Hebreeën schrijft terecht dat het voor Hem een leerschool was in gehoorzaamheid. Ik zou eraan willen toevoegen: ook in godgegeven barmhartigheid en vergeving. Een leerschool hoe je zelfs lijden, pijn en ongemak kunt omzetten in pure liefde.

Ik schrijf dit alles niet zonder emotie. Op dit moment ben ik de enige leerling van het eerste uur die nog in leven is. Al mijn vrienden van destijds: stuk voor stuk zijn ze de Meester gevolgd in zijn lijden, en hebben ze - net als Hij - de boodschap van barmhartigheid en naastenliefde met hun leven moeten bekopen. Waarom ik (nog?) niet? Ik ben intussen - meen ik - de negentig gepasseerd. Het lijkt wel alsof van mij gevraagd wordt het lijden, de aftakeling, en het ongemak van de oude dag te verduren om op die manier voorbeeld te zijn voor alle zieken, bejaarden en gehandicapten. Welke pijn je ook met je meedraagt, ieder van ons wordt geroepen om van die pijn niet alleen slachtoffer te zijn, maar ook om ze op zich te nemen, en te hanteren als leerschool van liefde.

Persoonlijk heb ik daarbij het voorrecht mogen genieten Jezus' moeder bij me te hebben. Aan het kruis had de Meester gevraagd haar te verzorgen. Koos Hij mij daarvoor uit om mij te laten zien dat er ook andere moeders zijn dan mijn - ik zeg het met respect - carrièrebeluste moeder? Hoe hulpbehoevend zijn moeder op het laatst ook was, door de wijze waarop zij mijn hulp ontving, heeft zij míj meer gegeven dan ik haar. Ik heb dit alles meegemaakt en met eigen ogen gezien, en mag jullie erover vertellen. Dat is inderdaad mijn voordeel. Jullie moeten het op ons woord geloven.

Niet zien, maar geloven

Maar vergis je niet. Ook voor mij gaat het uiteindelijk om de geloofshouding. Ik schrijf daarover in mijn evangelie naar aanleiding van de opstanding van onze Heer. Op die wonderlijke ochtend kwam Maria van Magdala wanhopig naar ons, leerlingen, toegerend met de mededeling dat ze de Meester zelfs in zijn dood niet met rust hadden gelaten, uit zijn graf hadden gehaald en naar een onbekende plek hadden overgebracht. Petrus en ik zijn toen onmiddellijk naar het graf gesneld. Er was inderdaad niets meer te zien. Nou ja, vreemd was wel dat de doodsdoeken zo keurig opgevouwen terzijde lagen. Op dat moment schoot het door me heen dat het van nu af aan op 'geloven' aan zou komen, niet meer op 'zien' of 'zelf meemaken'. Jullie situatie dus.

Maar ach, wat was dat inzicht nog kwetsbaar. Diezelfde avond behoorde immers ook ik tot de leerlingen die zich uit schaamte en angst voor de joden verschanst hadden achter hermetisch gesloten deuren. Nee, alwat ik jullie mag schrijven en doorgeven: daar is niets van mezelf bij. Het was de Heer zelf die door onze dichte deuren moest heen breken met die vredeswens: "Sjalom. Ik heb jullie nodig om mijn werk voort te zetten en te voltooien." Een adembenemend moment.

En mochten jullie menen dat mijn ervaringen toch wel heel ver af staan van die van jullie, dan is het goed te beseffen - en ik schrijf het met schaamte - dat we ons, ondanks die bemoedigende verschijning van de Heer op paasochtend, acht dagen later weer achter diezelfde deuren verschanst hadden. Weer was Hij het die ons op kwam zoeken. De Heer weet hoe vaak Hij - zo oud als ik ben, soms voor de zoveelste keer - door mijn verschansing heen moet breken, tot op de dag van vandaag. Jullie moeten één ding van mij geloven: Hij wordt niet moe dat te doen en te herhalen. Want Hij is liefde.

Met hartelijk groet en de zegen van onze Heer toegewenst door Johannes, leerling van Jezus.

Vragen voor de reflectie

0 Elke geloofsvraag die je zelf aan de tekst ontleent is goed.

1 Jezus vroeg aan Johannes en Andreas: "Wat verlang je?" En als jij er had gestaan, wat zou je (uiteindelijk) geantwoord hebben?

2 Johannes meent dat geloof vaak niet verder komt dan regelgeloof (hij verwijst zelfs naar televisie-uitzendingen). Herken ik dat? Gaat mijn geloof verder?

3 Johannes maakt duidelijk dat hij heeft moeten leren zijn onbesuisde karakter om te vormen in liefde (en dat haar daar een lang leven voor nodig heeft gehad).

Wat zou in jouw karakter het meest omgevormd moeten worden in liefde?

4 Johannes ziet het als een van de grootste opgaven voor gelovigen hun pijn - ongeacht welke dat ook is, zelfs die van bejaarden - op zich te nemen als leerschool. Reageer daar eens op.


© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen