× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 280?  Ursinus van Bourges

Info afb.

Ursinus (ook Ersinus, IJrsinus of Ursin) van Bourges, Frankrijk; eerste bisschop; † 3e eeuw (280?).

Feest 11 juni (Lisieux: overbrenging relieken) & 9 november & † 29 december.

Volgens de overlevering behoorde hij tot de (twee-en-)zeventig leerlingen die Jezus destijds voor zich uit had gestuurd (Lukas 10,01). Bij het Laatste Avondmaal zou hij de vrome lezing hebben verzorgd. Vervolgens zou hij aanwezig zijn geweest bij Jezus' hemelvaart en bij de nederdaling van de heilige Geest over Jezus' leerlingen met Pinksteren. Bovendien zou hij Sint Stefanus († ca 36; feest 26 december) terzijde hebben gestaan bij diens steniging; tenslotte zou hij in Rome de confrontaties hebben meegemaakt tussen Petrus en Simon de Magiër.
Maar geschiedkundig gesproken is het zeker, dat hij leefde in de 3e eeuw; hij was de eerste bisschop van de Franse stad Bourges.

Legendarische overlevering
Tezamen met apostelen als Sint Fronto van Périgord († 1e eeuw; feest 25 oktober), Austremonius van Auvergne († 3e eeuw; feest 1 november) en Martialis van Limousin († ca 250; feest; feest 30 juni), zou hij behoord hebben tot de eerste geloofsverkondigers, die door Petrus naar Gallië werden gezonden om er het evangelie te brengen. Er zijn zelfs verhalen, die veronderstellen, dat hij dezelfde was als de leerling Nathanaël uit Kana in Galilea, die door Jezus een rechtgeaard Israëliet werd genoemd (Johannes 01,45-51).

Tezamen met zijn leerling Justus († 3e eeuw; feest 11 juli) trok hij diep de binnenlanden van Gallië in. Maar in het plaatsje Chambon aan de Auron stierf zijn gezel. Hij gaf hem een passende begrafenis en geheel alleen zette hij zijn reis voort. Uiteindelijk bereikte hij de stad Bourges, destijds nog Avaric geheten. Hij kreeg onderdak bij een familie aan de rand van de stad.
Daar vertelde hij 's avonds aan het vuur over de wonderen die zich onlangs rond een zekere Jezus hadden afgespeeld in Palestina, een land meer naar het oosten gelegen. De volgende dag vertelden zijn gastheer en gastvrouw het wonderlijke verhaal - niet wetend of ze het geloven moesten of niet - aan de buren. Die wilden dat alles nog eens vernemen uit de mond van de man zelf en zo vulde het huis zich geleidelijk aan met steeds meer luisteraars. Zijn woorden werden kracht bij gezet door zijn daden, waardoor hij langzaamaan het vertrouwen van deze mensen wist te winnen. Het waren vooral de armen, de hulpbehoevenden en de mensen die om de een of andere reden niet in tel waren, die bij hem troost, naastenliefde en waardering vonden.

Maar er waren ook tegenstanders. Die wisten de mensen bang te maken en tegen hem op te zetten. Ze maakten hem belachelijk en het eind van het liedje was, dat een bende oproerkraaiers een inval deed in het huisje, waar hij zoals altijd met het restant getrouwen bijeengekomen was. Ze joegen hem de stad uit, en zo vond hij zichzelf terug ergens op een verlaten plek vier mijl buiten Avaric. Eens te meer was hij nu vastbesloten hier te blijven en de mensen tot Christus te brengen. Hij bouwde ter plaatse een hutje en bleef er wonen. Later zou hier een kapel verrijzen ter nagedachtenis aan Ursinus. Tenslotte groeide het uit tot het kerkdorp La Chapelle-St-Ursin, enkele kilometers ten westen van Bourges.

Intussen ontstond er in de stad onenigheid. De mensen die eerder bij Ursinus troost gevonden hadden, zagen zich van hun vreugde beroofd, en liepen te hoop tegen degenen die daar de oorzaak van waren. De kwestie liep zo hoog op, dat nu degenen die Ursinus verdreven hadden, hetzelfde lot trof. Zij werden verjaagd en de mensen kwamen Ursinus vragen asjeblieft terug te keren met zijn troost en genade.
Ursinus betrok weer zijn adres aan de rand van de stad. Maar al spoedig werd die behuizing te klein. Hij begon dus om te zien naar een grotere plaats van samenkomst en liet zijn oog vallen op de verlaten voorraadschuren van de Romeinse gouverneur Leocadius. Deze had zijn residentie in Lyon, maar wanneer hij in Avaric bestuurlijke zaken te regelen had, logeerde hij in zijn vorstelijke villa vlakbij de zuidpoort. Omdat de bijgebouwen meestal leeg stonden, gaf Leocadius Ursinus toestemming ze te gebruiken voor de samenkomsten. Zo ontstond de eerste kerk, die werd toegewijd aan Sint Stefanus. Spoedig daarna groeide de behoefte aan een waardiger onderkomen. Na een officieel verzoek kreeg Ursinus van Leocadius toestemming om zijn villa in Avaric te bestemmen voor een kerk. Het was op een eerste oktober, dat zij werd ingewijd. De gouverneur liet zich op de hoogte brengen van de nieuwe godsdienst en enige tijd later bekeerde hij zich tot het geloof in Christus, tezamen met zijn zoon Ludrius, terwijl zijn broer Caremusel volhardde in de duisternis van het heidendom.
Ursinus zou de leren riem bij zich hebben gehad waarmee Jezus op de avond van zijn lijden vastgebonden was geweest aan de geselkolom. Bovendien bracht hij enkele druppels bloed mee van Sint-Stefanus.

Klaarblijkelijk relieken, waar Bourges in de middeleeuwen groot op ging.

Toen Ursinus zijn einde voelde naderen, riep hij zijn leerlingen om zich heen en stelde Senicianus (ook Senecianus) aan tot zijn opvolger; deze zou bisschop zijn geweest tot 296. Ursinus stierf op een 29e december in het 27e jaar van zijn bisschopsambt.

Verering & Cultuur
Hij werd begraven op de gewone begraafplaats, omdat - aldus Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) in zijn boekje over de Glorie der Belijders - de mensen destijds nog niet wisten hoe een heilige na zijn dood op passende wijze eer kon worden gegeven. De begraafplaats verviel, werd later een wijngaard en raakte geheel in vergetelheid. Het was Sint Augustus van Bourges († ca 560; feest 7 oktober), die Ursinus' stoffelijk overschot wist terug te vinden, opgroef en liet overbrengen naar zijn abdij van St-Symforianus in Bourges. Anderen menen echter, dat het niet Sint Augustus was, maar Germain van Parijs († 576; feest 28 mei). Volgens de overlevering zou deze overbrenging hebben plaatsgevonden op 9 november 558. Dit is sindsdien Ursinus' feestdag geworden.

Op 11 juni viert de stad Lisieux de overbrenging van de relieken van Sint Ursinus, bisschop, patroon van de stad. De een meent, dat dit feest teruggaat op bisschop Hugo van Eu uit de 11e eeuw; anderen echter veronderstellen, dat de relieken naar Lisieux kwamen in de 14e eeuw door toedoen van Jean Coeur, aartsbisschop van Bourges.
In een van de portalen van Bourges' kathedraal staat het levensverhaal van Sint Ursinus in steen uitgebeeld. In het Bourgondische plaatsje Morlet is er een St-Ursinuskapel. Daar kwam men met name genezing vragen van de ziekte van Sint-Ursinus, een soort kliergezwellen die de benen aantastten. Vroeger stond er nog een kapelletje op een particulier grondgebied in het Bourgondische dorpje Cersot. De plek werd aangeduid als 'de kapel', maar is thans geheel tot ruďne vervallen. Het Sint-Ursinusbeeldje, dat er stond, is sinds lang gestolen.


Bronnen
[102; 143p:12»Ursin; 145:p79; 280p:526; 300p:384; 390/6p:557»06.11; 390/13p:274; 500; Dries van den Akker s.j./2007.11.03]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen