Overzicht BM  m Gastenboek m Vertel verder m Contact
Andreas 

        De website met meer dan 5532 heiligen, 4225 voornamen en 8397 afbeeldingen        

WelkomHeiligenMissaalheiligenHeiligenkalenderHeiligen op naamPatronatenVoornamen SJ Meer

† 738  Pardulfus van Gueret 

Pardulfus (ook Pardoux of Perdoux) van Guéret, Limoges, Frankrijk; abt; † 738.

Feest 6 oktober.

Hij werd halverwege de 7e eeuw uit boerenouders geboren in het plaatsje Sardent, vlakbij Guéret in het diocees Limoges. Het schijnt dat hij als kind enige tijd blind is geweest, veroorzaakt doordat een tak uit een boom op zijn hoofd was gevallen. Maar nooit ontbrak het hem aan het inwendig licht van het evangelie, aldus een oude levensbeschrijving. Ook met zijn handicap bleef hij een ijverig en behulpzaam jongetje voor het bedrijf van zijn ouders. Reeds als jongeman begon hij de aandacht op zich te vestigen vanwege het feit dat hij zieken kon genezen: dat deed hij door hun de handen op te leggen, ze met olie te zalven of door ze water te drinken te geven. Ook wist hij bezetenen van hun kwelgeesten te verlossen.

Zijn ouders deden hem nu naar de naburige kloosterschool van de Benedictijnen te Guéret. Daar werd hij gegrepen door het ideaal om God in de eenzaamheid van het kluizenaarsbestaan te dienen. Toen er een nieuwe abt voor het klooster moest worden aangewezen, viel de keuze op hem. Ook als zodanig deed hij herhaaldelijk wonderen om mensen uit allerhande vormen van lijden te verlossen. Het verhaal gaat dat zich op een dag een kreupele man bij hem meldde met het verzoek genezen te worden. De man was al vanaf zijn geboorte gehandicapt en zijn benen waren zo vergroeid dat hij zich alleen nog met behulp van een rijdend onderstel kon voortbewegen. Pardulfus bracht hem de genezing van de lamme in herinnering welke Petrus en Paulus bewerkstelligden aan de tempelpoort in Jeruzalem, plus de woorden van Jezus zelf: "Als u ook maar het geloof bezat van een mosterdzaadje, zou voor God alles mogelijk zijn." Daarop beval hij hem die avond zich onder te dompelen in de put die hijzelf in de kloostertuin had laten bouwen. De hele nacht moest hij dan daar blijven waken en bidden: de volgende dag zou hij de kracht in zijn voeten hebben gekregen. En zo was het ook!
Hij hield er een uiterste gestrenge dagorde op na: eenmaal in de week nam hij bij wijze van maaltijd droog brood tot zich; in de veertigdagentijd geselde hij zich op het blote lijf; of het nu zomer of winter was, elke nacht lag hij languit uitgestrekt op de kille grond om zijn gebeden te doen. Dan ging hij een moment rusten. Maar na het koorgebed bleef hij telkens geruime tijd in de kerk achter om de gebeden en lezingen voor zichzelf te herhalen en te overwegen. Dat deed hij zo tot 's middags na het officie van drie uur. Dan trok hij er op uit om armen en zieken te geven waarvoor ze kwamen: voedsel en de troost van het evangelie. Hij kon met heel weinig slaap toe.
Op zo'n moment droomde hij eens dat hij de aartsengel Michaël (feest 29 september) voor zich zag staan die hem opriep de trap te beklimmen die hij hem liet zien. Boven gekomen zou hij er Christus zelf ontmoeten die hem dan de kroon van de goede werken zou opzetten en hem een staf in de hand zou geven waarmee hij de hem toevertrouwde kudde des te beter kon leiden. Pardulfus volgde de voeten van de engel en ontving onder tranen wat hem in het vooruitzicht was gesteld. Sindsdien kuste hij de voeten van alle zieken en armen die hij ontmoette, omdat ze sprekend leken op de voeten van de engel die hij in zijn droom was gevolgd.

Intussen was de strijd tussen de Christenen en de Saracenen ontbrand. De streek had herhaaldelijk te maken met plundertochten van de Saracenen vanuit Noord-Spanje, en soms ook van de eigen troepen die alleen op buit en winst uit waren. Vandaar dat op een bepaald moment de hele kloostergemeenschap een goed heenkomen zocht. Alleen Pardulfus bleef achter, gelijk een kapitein op het schip. De kronieken vertellen dat hij door de kracht van zijn onophoudelijk gebed het klooster spaarde voor vernietiging en plundering.

Verering & Cultuur
Pardulfus was rond de tachtig, toen hij stierf. Dat moet geweest zijn in het jaar 738. Aanvankelijk werd hij bijgezet te Guéret, vervolgens te Sarlat en tenslotte in de bisschoppelijke kerk te Limoges naast de andere heiligen van het bisdom.
Daarover wordt nog verteld hoe in het jaar 1094 de pest uitbrak in de stad. Deze ziekte werd beschouwd als een straf van God voor de godvergeten levenswijze van de bewoners. De relieken van alle heiligen die in de kathedraal werden bewaard en vereerd kwamen op het altaar te staan. Aangezien men zich van Pardulfus herinnerde dat hij iets met blindheid had, stelde men zijn relieken op bij de belangrijkste stadspoort in de hoop dat door het zien hiervan de zondige bewoners zich van hun blindheid zouden bekeren en het ware levenslicht zouden terugvinden.

[100; 102; 122; 143; 500; Dries van den Akker s.j./2007.09.26]

Bronnen
  Al eens onze andere site: www.beeldmeditaties.nl bezocht?

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 23 nov 2014

Een greep uit wat deze website verder te bieden heeft:
VoorwoordLeeswijzerHoe wordt men heilig?VerantwoordingBronnenWoordenboek  
KerstafbeeldingenDe 12 apostelenPausenCitatenTante CatoArchiefTegelsBladwijzersNieuw
Tenslotte: een overzicht van alle hoofd- en submenu's van deze website