Overzicht BM  m Gastenboek m Vertel verder m Contact
Andreas 

        De website met meer dan 5540 heiligen, 4226 voornamen en 8496 afbeeldingen        

WelkomHeiligenMissaalheiligenHeiligenkalenderHeiligen op naamPatronatenVoornamen SJ Meer

335  Eerste Kruisverheffing 


Info afbeeldingen

Kruisverheffing; 335.

Feest 14 september.

In het voorjaar van 325 was keizerin-moeder Helena(† ca 328; feest 18 augustus) naar Jeruzalem gereisd om te zien of het kruis waaraan Jezus destijds gestorven was, nog te vinden was. De berichten hierover zijn tot ons gekomen via eeuwenoude legendes.

Legende: Keizerin Helena vindt het Heilig Kruis terug
[naar JACOBUS de Voragine 'Legenda Aurea' onder Kruisvinding].

Toen Helena naar Jeruzalem gekomen was, liet zij de verstandigste Joden die er in het hele land te vinden waren, bij zich ontbieden. De Joden schrokken niet weinig toen ze ervan hoorden. Ze zeiden onder elkaar: 'Waarom, denk je, zou de koningin ons bij zich hebben laten ontbieden?' Daarop zei er één, die Judas heette: 'Ik weet dat ze van ons te weten wil komen, waar het kruis ligt, waaraan Christus gekruisigd werd. Kijk uit dat niemand van jullie dat verraadt. Want je moet weten: als dat gebeurt heeft onze Wet afgedaan en gaat het geloof van onze vaderen voorgoed verloren. Want zo heeft het mijn voorvader Zacheus aan mijn vader Simon aangekondigd en mijn vader heeft het mij weer toevertrouwd op zijn doodsbed. Hij zei: “Kijk uit, mijn zoon, als ze ooit het kruis van Christus komen zoeken. Want dan kun je het maar beter aanwijzen dan dat je er martelingen voor moet ondergaan. Maar weet ook dat er op dat moment een eind zal komen aan het Rijk van de Joden. Dan zullen degenen die de gekruisigde aanbidden de macht overnemen. Want deze Christus was de Zoon van God.” Toen zei ik: “Vader, als onze vaderen dan zelf ook erkenden dat Hij Gods Zoon was, waarom hebben ze Hem dan gekruisigd?” “'God weet dat ik niet meegegaan ben in hun raadsbesluit, ik ben er steeds op tegen geweest. Maar ze hebben Hem gekruisigd, omdat Hij de Farizeeën gestraft had voor hun boosaardigheid. Daarom! Maar Hij stond op op de derde dag en voer voor de ogen van zijn leerlingen ten hemel. Mijn broeder Stefanus geloofde in Hem. Vandaar dat hij door de Joden in hun woede is gestenigd. Dus kijk uit, mijn zoon, dat je noch Hemzelf, noch één van zijn leerlingen beledigt.”

Nu lijkt het ons niet zo geloofwaardig dat de vader van deze Judas geleefd zou hebben in de tijd van Jezus' lijden, want intussen waren er tot Helena's tijd zo'n 270 jaren voorbijgegaan. Maar men zegt wel dat de mensen toen langer leefden dan nu.

Interessant dat Jacobus de Voragine zelf de historische betrouwbaarheid van het hem overgeleverde verhaal in twijfel trekt! En hoe hij probeert de bestaande tekst toch te sauveren.

De Joden spraken nu tot Judas: ‘Van die verhaaltjes hebben we nog nooit gehoord. Maar als de koningin je vragen begint te stellen, zou ik maar uitkijken om er iets van aan de grote klok te hangen.’ Toen ze goed en wel voor de koningin geleid waren, vroeg Helena waar de plaats van Christus' kruisiging te vinden was. Maar geen van hen wilde haar de plek aanwijzen.

Daarop beval zij al de aanwezige Joden in het vuur te doen verbranden. Toen wezen zij met zijn allen in doodsangst naar Judas en zeiden: ‘Deze hier, majesteit, is een rechtvaardige en een profetenzoon; hij kent de Wet op zijn duimpje; hij kan u alles vertellen wat u maar weten wilt.’ Toen liet Helena ze allemaal gaan, alleen Judas hield ze bij zich en zei tot hem: ‘Dood en leven zet ik voor je neer: kies maar wat je wilt. Wijs mij de plek aan die Golgotha heet en waar Christus dus werd gekruisigd in de hoop dat ik zijn kruis er nog terugvind.’ Judas gaf haar ten antwoord: ‘Hoe kan ik nou zo'n plek nog weten, waar er al meer dan tweehonderd jaar voorbij zijn gegaan: ik bestond toen nog niet eens!' Daarop zei de koningin: 'Ik zweer je bij de gekruisigde dat ik je van honger zal laten omkomen, als je mij de waarheid niet zegt.' Nu liet zij hem in een leegstaande put gooien en uithongeren. Zo lag hij daar zes dagen lang. Op de zevende dag smeekte hij dat hij eruit gehaald zou worden; dan zou hij de plek van de kruisiging aanwijzen. Men trok hem eruit en hij ging ze voor naar de bedoelde plek; daar bleef hij staan en bad een ogenblik. Toen beefde de aarde en een walm van goddelijke geur verspreidde zich daar. Judas sloeg zijn handen ineen van verbazing en riep: 'Waarlijk Christus, u bent echt de Redder van de wereld.'

Precies op die plek - zo lezen wij althans in de Kerkgeschiedenis - stond een Venustempeltje, dat keizer Hadrianus daar nog had laten neerzetten met de bedoeling dat wanneer een christen daar ging bidden, het leek alsof hij tot Venus bad. Vandaar dat sindsdien niemand daar meer heen was gegaan en de plek uiteindelijk zo goed als volkomen in vergetelheid was geraakt. De koningin liet het tempeltje tot op de grond toe afbreken, vervolgens liet ze de grond omspitten en ploegen. Daarop omgordde zich Judas en begon met alle kracht die in hem was te graven. Twintig voet onder de aarde stootte hij op drie kruisen. Die bracht hij onmiddellijk naar de koningin boven. Helaas waren ze niet in staat Christus' kruis te onderscheiden van de kruisen der misdadigers. Daarom legden ze de kruisen midden in de stad en wachtten af of de Heer zijn macht zou tonen. En zie, op het negende uur droeg men daar een dode jongeman voorbij.

Uitgerekend op het negende uur (drie ’s middags): het uur waarop destijds Jezus aan het kruis gestorven was.

Judas liet de baar stilhouden en legde vervolgens het eerste en het tweede kruis op de dode. Maar die verroerde zich niet. Maar toen men het derde op hem legde, werd de dode onmiddellijk weer levend.

In de kerkgeschiedenis lezen we daarentegen dat één van de adellijke vrouwen uit de stad op dat moment stervende was. De bisschop van Jeruzalem, Macarius († 353; feest 10 maart), liet nu het eerste en het tweede kruis over haar heen leggen; maar het één noch het ander hielp. Echter, toen hij het derde op haar legde, sloeg zij de ogen op en bleek weer gezond.
[164p:46183:05.03; 328t/o:8.241; Balkenendep:149.150.152]

Tot zover de legende. Volgens de overlevering zou de patriarch op dat moment het kruis hoog in de lucht geheven hebben, zodat iedereen het goed kon zien en met tranen van ontroering zong het aanwezige volk: 'God zij dank gebracht!' De keizerin had een zilveren foedraal laten maken. Daar legden ze het kruis in.

Vervolgens lieten Helena en haar zoon, keizer Constantijn († 337; feest 21 mei), in Jeruzalem een gedachteniskerk bouwen ter ere van Jezus' opstanding en Heilig Kruis. De basiliek werd officieel ingewijd op 14 september van het jaar 335. Bij die gelegenheid werd besloten het feest van kruisverheffing telkens te vieren op die dag.
[139/3p:328; 140/9p:91; 164p:61]

Dat is de eerste gebeurtenis die wordt herdacht op het feest van Kruisverheffing. Er is ook een tweede feest van de Kruisverheffing. Dat vond enige eeuwen later plaats, en is het eigenlijke feest (614; feest 14 september).

Bronnen
  Al eens onze andere site: www.beeldmeditaties.nl bezocht?

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 23 nov 2014

Een greep uit wat deze website verder te bieden heeft:
VoorwoordLeeswijzerHoe wordt men heilig?VerantwoordingBronnenWoordenboek  
KerstafbeeldingenDe 12 apostelenPausenCitatenTante CatoArchiefTegelsBladwijzersNieuw
Tenslotte: een overzicht van alle hoofd- en submenu's van deze website