Overzicht BM  m Gastenboek m Vertel verder m Contact
Andreas 

        De website met meer dan 5545 heiligen, 4226 voornamen en 8548 afbeeldingen        

WelkomHeiligenMissaalheiligenHeiligenkalenderHeiligen op naamPatronatenVoornamen SJ Meer

† ca 303  Erasmus van Formio 


Info afbeeldingen

Erasmus (ook Agrapau [199], Arras [127], Elme, Elmo, Erarmo, Ermo [102], Elmus, Rasl, Telme of Telmo) van Formio, Campania, Italië (ook van Syrië); bisschop & martelaar; † ca 303.

Feest 4 mei (oosterse kerk) & 2 juni.

Zuiver historisch gesproken is er over deze heilige bijzonder weinig bekend. Hij zou aanvankelijk bisschop zijn geweest in het Syrische Antiochië en vandaar gezonden zijn naar Formiae (nu Formio) in Campania, het gebied tussen Rome en Napels. In 842 werden zijn relieken overgebracht naar Gaëta, waar ze nu nog voorwerp van verering zijn.

In die tijd moet ook de legende ontstaan zijn, die rond zijn persoon werd geweven.

Legende
De legende weet te vertellen dat hij ten tijde van de keizers Diocletianus (286-307) en Maximianus, beruchte christenvervolgers, een trouw strijder bleek voor de zaak van Christus. Als bisschop van de belangrijke stad Antiochië stond hij hoog op de lijst van gezochte personen, maar hij wist zich zeven jaar lang verborgen te houden in het gebergte van de Libanon. Daar genoot hij een vertrouwelijke omgang met de dieren. Hij werd onder meer door raven van voedsel voorzien.
Maar tenslotte werd hij toch ontdekt en gearresteerd. Hij zou bij zijn verhoor gruwelijke martelingen hebben ondergaan, welke tot in de kleinste details worden omschreven.
Om te beginnen werd hij ontkleed en gegeseld met riemen waarin loden kogeltjes verwerkt waren. Vervolgens werden zijn botten gebroken door middel van stokken met knoesten erop. Maar niets was in staat om de heilige van Christus te doen scheiden. Tot woede van de keizer.
Toen liet deze hem in een vat stoppen met gesmolten pek, olie, zwavel en was. Maar dat alles - zo beweert de legende - deerde hem niet door de kracht van Christus. Bij het zien daarvan keerden zich vele heidenen af van hun afgoden en aanvaardden het geloof in Christus. Hierop liet de keizer hem in ijzeren boeien slaan en in de gevangenis opsluiten. Niemand mocht hem te eten of te drinken brengen: daar stonden pijnlijke lijfstraffen op. Maar midden in de nacht verscheen hem in zijn kerker een engel, omstraald door een hemels licht, en deze zei tot de man Gods:
"Erasmus, sta op en kom mee, want je moet nog veel zielen voor de Heer winnen."
De engel bracht hem naar de plaats Sirmium en Lugridum, gelegen in de landstreek Illyrië (het voormalige Joego-Slavië) in de Balkan. Door zijn inspirerend voorbeeld en zijn talloze wonderdaden kwamen er inderdaad velen tot de ene schaapsstal van Christus. Maar dit kwam ook keizer Maximianus ter ore. Hij liet hem voor zich geleiden en dwong hem te offeren aan de Romeinse goden. Toen de bisschop weigerde, liet hij hem een roodgloeiend ijzeren harnas aantrekken op het blote lijf. Maar dit liet zelfs niet het geringste litteken achter. Nu werd de keizer zo kwaad, dat hij hem andermaal in een grote ketel liet stoppen vol brandende pek, lood en olie. Maar ook het vuur was niet opgewassen tegen de liefde Gods. Nu liet de tiran hem in de kerker opsluiten, zodat hijzelf intussen kon zinnen op nieuwe martelingen. Maar wederom verscheen de martelaar een engel in de nacht. Nu leidde hij hem naar Formiae, niet ver van Gaëta, net als Formiae gelegen in het koninkrijk van Napels. Ook hier bekeerde het volk zich in groten getale tot Christus bij het zien van zijn wonderdaden en het horen van het Evangelie. Hij hoorde een stem uit de hemel die zei:
"Erasmus, mijn trouwe dienaar, je hebt als een goed soldaat gestreden; kom hier en ontvang de kroon."
En inderdaad werd hem vanuit de hemel een kroon aangereikt. Hij boog nederig het hoofd en zei:
"Heer, ontvang mijn geest in vrede." Zijn ziel vloog in de gedaante van een duif recht naar de hemel.
Een afbeelding uit een 15e eeuws handschrift schijnt van nog veel meer martelingen te weten: linksboven worden hem met hamer en beitel de tanden uit de mond gehakt, vervolgens worden hem stekels onder de nagels gedreven (een gegeven dat meer op Erasmus-afbeeldingen te vinden is); dan worden met tangen zijn botten gebroken; linksonder wordt hij gegeseld met roedes en roosters; hem worden de ogen uitgeboord en hij wordt in een pot opgekookt en overgoten met kokend vocht.

Verering & Cultuur
Hoewel de legende pas uit de negende eeuw stamt, gaat zijn verering terug tot de 6de eeuw.

Vanwege de zeereizen die hij onder leiding van de engel heeft meegemaakt, werd hij patroon van de schippers en zielieden.

Als heilige werd hij dan ook vaak herkenbaar gemaakt met zijn attribuut: een scheepstouw om een windas gedraaid. Dit werd door ongeletterde gelovigen in het binnenland niet herkend en aangezien voor een haspel waaromheen zijn darmen gedraaid zouden zijn. Hij was immers die heilige die zo veel verschillende martelingen had doorstaan. Deze overtuiging groeide uit tot een verhaal dat vaak uiterst plastisch in beeld gebracht en is het herkenningsteken bij uitstek geworden voor Erasmus.

Patronaten
Hij is beschermheilige van het stadje Gaeta. Hij is patroon van moeders die een kind baren (op grond van de ingewanden die naar buiten kwamen!); van zeelui; van draaiers en draaibankwerkers; van touwslagers, spinners en wevers; alsmede van de huisdieren.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen de gevaren van de zee en bij sint elmusvuur of sint elmsvuur. (Deze benaming houdt verband met zijn patronaat van de zeelieden. Aan de Middelandse Zee ziet men bij dreigend onweer soms merkwaardige lichtpluimpjes op de toppen van de scheepsmasten: elektrische ontladingen. Het werd beschouwd als een teken dat de heilige het schip extra bescherming bood). Daarnaast tegen kolieken, pijn in de onderbuik, maagkrampen  en maagkwalen; en tegen veepest.

Hij behoort tot de veertien noodhelpers geworden; deze heiligen werden in de late Middeleeuwen, vooral in de Duitse bisdommen Bamberg en Regensburg speciaal aangeroepen tegen de pest(zie 8 augustus).

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als bisschop (mijter, tabberd en staf); soms met stekels onder zijn nagels gestoken; meestal met een windas waaromheen zijn darmen zijn gedraaid.

[000»bk:Bouts:6-8.33-35; 000»Jozef:bk:Kolnau; 000»jrb; 000»Severinus:bk:Passau:8; 102; 103; 107; 108; 109p:335(vig).624; 111p::284.285; 122; 126p:19.102; 127»Arras; 132; 141»05.04; 181p:125; 182a:134.161; 193p:79; 199p:66.67.68; 200/1»06.02; 231p:125; 237; 293p:104-105; 332p:10.14.15; 345p:89; 500; Dries van den Akker s.j./2010.06.23]

Bronnen
  Al eens onze andere site: www.beeldmeditaties.nl bezocht?

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 15 mei 2016

Een greep uit wat deze website verder te bieden heeft:
VoorwoordLeeswijzerHoe wordt men heilig?VerantwoordingBronnenWoordenboek  
KerstafbeeldingenDe 12 apostelenPausenCitatenTante CatoArchiefTegelsBladwijzersNieuw
Tenslotte: een overzicht van alle hoofd- en submenu's van deze website