× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 177  Martelaren van Lyon

Info afb.

Martelaren van Lyon, Frankrijk; † 177.

Feest 2 juni.

Op 2 juni van het jaar 177, onder de regering van keizer Marcus Aurelius, onderging een groep van achtenveertig christenen in de stad Lugdunum (= de huidige Franse stad Lyon) de marteldood. Daarvan is een indrukwekkend ooggetuigenverslag bewaard gebleven, na de vervolgingen opgetekend door medechristenen uit Lyon en Vienne in een brief aan de christengemeenten van Frygiė in Klein-Aziė. De brief bleef bewaard, omdat de kerkhistoricus Eusebius van Cesarea (264-340) haar opnam in zijn kerkgeschiedenis (Boek V, hoofdstuk 1-3).

Er wordt in verteld hoe zelfs de meest eenvoudige gelovigen de Romeinse autoriteiten in hun gezicht durfden te weerstaan. Ze weigerden aan de Romeinse goden te offeren, omdat ze trouw wilden blijven aan hun eigen god. Daarom werden ze allen tot de marteldood veroordeeld. Met name Vettius Epagathus, Sanctus, Maturus, Attalus, Blandina, bisschop Fotinus en Alexander treden op de voorgrond.

Bijzondere indruk maakte vooral het slavinnetje Blandina. Hoewel zij tenger was en zwak leek, en tot een maatschappelijke klasse behoorde, die geen eigen stem had, stond zij erop zelf de vragen te beantwoorden die de onderzoeksrechter haar stelde. Persoonlijk wilde zij instaan voor haar geloof in Christus.

Brief
De dienaren van Christus die in Vienne en Lyon in Galliė verblijven, aan de broeders in Asia en in het bijzonder Frygiė, die net als wij hun hoop en geloof richten op de verlossing. Vrede, genade en glorie van God de Vader en Jezus Christus onze Heer [-].

Een precieze beschrijving geven van de grote verdrukking en de enorme woede die de heidenen ontketenden jegens de heiligen, is onbegonnen werk. Het is eenvoudig onmogelijk om alles wat de gelukzalige martelaren hebben doorstaan onder woorden te brengen. Want met al zijn kracht stortte de Tegenstander zich op hen, bij wijze van voorspel op zijn verschijning die nog komen moet. Met alle mogelijke moeite was hij bezig zijn trawanten te trainen in een agressieve houding jegens de dienaren Gods. Dat resulteerde erin, dat die niet alleen geweerd werden uit alle openbare gebouwen, badinrichtingen en van het marktplein; sterker nog, ze mochten zich in het geheel niet in het openbaar vertonen.

De genade Gods gaf echter leiding aan de campagne tegen de Boze: zij beschermde de zwakken en stelde hevige pijlers tegen de vijand op, in staat door hun volharding heel de onstuimige aanval van de Boze op zichzelf te concentreren. Zij traden de vijand tegemoet en verdroegen allerlei beledigingen en folteringen. Ook haastten ze zich hun vele lasten gering achtend, naar Christus, en lieten zo werkelijk zien 'dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de glorie die in ons geopenbaard zal worden (Romeinen 08,18).

Allereerst doorstonden zij fier wat de grote massa hun in overvloed liet overkomen. Ze werden uitgejouwd, geslagen, meegesleurd, bestolen met stenen bekogeld, opgesloten en kregen verder alles te verduren wat een op hol geslagen mensenmassa pleegt aan te doen die ze als tegenstanders en vijanden beschouwt...
[000»bk:Bremmer:34-50]

Bij de brief is een lijst gevoegd, waarop alle namen staan en onder welke omstandigheden zij hun leven gaven voor Christus.

Onthoofd werden:
De bisschop Fotinus (ook Foutin, Photinus of Pothinus), de priester Zacharias, Vettius Epagathus (ook Vetius, Vettius of Vittius), Macarius (ook Maccharius), Aschlibiades (ook Asclepiades, Alcibiades of Asclebiades), Silvius, Primus, Ulpius, Vitalis, Comminus (ook Cominus), October (ook Octobris), Filomenus (ook Filemon), Geminus, Julia, Albina, Grata, Aemilia, Potamia, Pompeia (ook Pompeja), Rodana, Biblis (ook Biblides), Quartia, Materna en Helpis (ook Elpis of Helpides).

Voor de dieren werden geworpen:
Maturus (ook Martyr), de diaken Sanctus, Attalus, Alexander (van hem wordt gezegd dat hij van Frygische afkomst was en het beroep van arts uitoefende; een godsdienstig man, door iedereen gerespecteerd), Ponticus, een jongen nog, en Blandina.

In de gevangenis kwamen om:
Justus, Aristeus, Cornelius, Zosimus, Titus, Julius, Zoticus, Apollonius, Geminianus, nog een Julia, Ausona, nog een Aemilia (ook Emilia), Jamnica, nog een Pompeja, Domna, Justa, Trofima (ook Trophima) en Antonia.

Patronaten
Blandina is patrones van Lyon en van de ongehuwde meisjes; daarnaast van dienstmeisjes en dienstbodes.

Weerspreuk(en)
Emilia: 
"Beau temps au jour de Sainte-Emilie,
Donne du fruit ą la folie." [252a:55]
(Schijnt met Sint Emilie het zonnetje vol:
gedragen de mensen zich dwaas en dol)


Bronnen
[000»bk:Bohler; 000»bk:Bremmer:38; 100; 102; 106; 122»Blandina; 122»Fotinus; 127»Blandine; 127»Pothin; 140; 141; 143p:4»»Blandine; 143p:4»Pothin; 146nr:48; 149/2p:370.373; 193p:105; 200/1»06.02; 248p:56; 252a:55; 314; 396p:16»Alexander; Dries van den Akker s.j./2010.06.22]

© A. van den Akker s.j.

VoorwoordHoe wordt men heilige?
© AuteursrechtWoordenboek
LeeswijzerGastenboek
Bronnen