× 
Klik in dit venster
op: http://beeldmeditaties.nl
om naar die site over te stappen.

Sluit het venster om te blijven.

           
welkom menu contact zoeken
HeiligenkalenderHeiligen op naamPatroonheiligenHedendaagse namenMeer...     
† 13e eeuw  Catharina van Park

Info afb.

Catharina (geboren Rachel) van Park (ook van Leuven, van Lö wen of van Vrouwenpark) o.cist., Leuven, België ; kloosterlinge; † 13e eeuw.

Feest 4 of 5 mei.

Zij was van Joodse afkomst. Haar ouders waren vanuit Keulen in Leuven komen wonen; dat was dan ook de plaats waar zij werd geboren. Zo nu en dan kwam hofkapelaan Reinier bij haar ouders thuis discussië ren over de vraag welk geloof het ware was. Zij toonde zich bijzonder geï nteresseerd; vooral de verhalen over Maria maakten diepe indruk. Op 12-jarige leeftijd liep zij thuis weg om zich stiekem te kunnen laten dopen. Haar vader stelde alles in het werk om zijn dochter terug te krijgen. Zelfs de bisschoppen van Luik en Keulen kwamen eraan te pas. Maar het was vooral de abt van klooster Villers die zich achter het meisje stelde. Uiteindelijk trad ze in bij de cistercië nzerinnen van het zogeheten Vrouwenpark te Leuven en verruilde daar haar Joodse naam Rachel voor Catherina, de naam waarmee volgens haar zeggen moeder Maria haar in haar dromen had aangesproken.

[101a; 102; 106; 124p:94-95» Katarina; 200; 312p:17.228» C.-Vrouwenpark; 340» K.-Lö wen]

Over dit voorval wordt aldus verteld in Caesarius van Heisterbach 'Het Boek der Mirakelen, tweede afdeling nr.25':

" Nr.24: Monnik: Het is jammer, dat een niet gedoopt meisje niet door de doop verlicht wordt. Nog veel jammerlijker is het dat heden ten dage een gedoopt meisje door de bisschop gedwongen wordt tot het jodendom terug te keren.

Novice: Dat wil ik graag horen.

25. Een Joods meisje werd in Leuven gedoopt

Monnik: Onlangs werd de dochter van een jood uit Leuven op de volgende wijze tot het geloof bekeerd. Een geestelijke, Reinier geheten, kapelaan van de hertog van Leuven, kwam regelmatig in het huis van een jood uit die plaats en debatteerde dan met hem over het christelijk geloof. Deze had een dochtertje dat heel oplettend het debat volgde. Voorzover haar begrip reikte, woog ze zowel de woorden af van de klerk die de kwesties te berde bracht als die van de jood die hem antwoord gaf. Zo voelde ze zich door een goddelijke beschikking tot het katholieke geloof aangetrokken. De geestelijke wist haar, weliswaar in het geheim, te overtuigen, en ze kwam zozeer tot inkeer dat ze het verlangen naar de doop te kennen gaf. Er werd een vrouw ingeschakeld om het meisje zonder opzien te baren uit het huis van haar vader te smokkelen. De geestelijke liet haar dopen en bracht haar onder in Le Parc aux Dames, een klooster van de cistercië nzer orde. Na het vernemen van haar bekering was de ongelovige vader ontroostbaar. Hij bood de hertog een grote som geld aan als hij hem zijn dochter zou teruggeven en klaagde dat ze op slinkse wijze bij hem weggehaald was. Toen de hertog nu de dochter aan haar vader terug wilde geven, een christin aan een jood, kwam de geestelijke Walter daartegen in het geweer en zei: 'Heer, als u deze misdaad begaat tegen God en zijn Bruid, zal uw ziel nooit gered kunnen worden.' Ook de eerwaarde abt Walter van Villers verzette zich tegen hem. (Is hij de zalige abt Walter, naar men aanneemt uit de 13e eeuw, van wie men vermoedt dat hij abt was van Villers? feest 20 januari). Toen de jood zich bedrogen zag in de hoop die hij stelde op de hertog, kocht hij, naar men zegt, heer Hugo om, de bisschop van Luik. Die hield de joden zozeer de hand boven het hoofd dat hij aan het convent van de monialen van Le Parc aux Dames schriftelijk opdracht gaf de jood zijn dochter terug te geven. Toen de jood met zijn vrienden en verwanten bij dat klooster kwam, rook het meisje dat zich beneden bevond en niets van hun komst wist, een geweldige stank. Ten aanhoren van allen zei ze: 'Waar die vandaan komt, weet ik niet, maar een Joodse stank beklemt me.' Ondertussen beukten de joden op het raam en de abdis zei, naar ik meen, tegen het meisje: 'Dochter Catharina (want dat was haar doopnaam), je ouders willen je zien.' Zij antwoordde: 'Wel, dat is de stank die ik merkte. Ik wil ze niet zien.' En zij weigerde naar buiten te gaan.

Vorig jaar werd de Luikse bisschop wegens die zaak voor heer Engelbert, de aartsbisschop van Keulen († 1225; feest 7 november), op diens synode aangeklaagd. Hij kreeg het bevel dat klooster voortaan niet meer lastig te vallen vanwege dat gedoopte meisje. Hij hield zich toen wel stil maar gehoorzaamde niet. Naderhand beval hij het meisje schriftelijk, op straffe van excommunicatie, naar Luik te komen om haar vader over het haar ten laste gelegde te antwoorden. Catharina kwam inderdaad, maar onder goede bewaking. Voor de jood voerde men aan dat ze nog minderjarig geschaakt was en met geweld gedoopt. En sommigen zeiden tegen het meisje: 'Catharina, men heeft ons gezegd dat je graag naar je vader zou terugkeren als je toestemming zou krijgen.' Zij antwoordde: 'Wie heeft dat gezegd?' Ze antwoordden haar: 'Je vader.' Toen zei ze met heldere stem: 'Mijn vader heeft echt bij het midden van zijn baard gelogen.' Toen de advocaat van de jood nog bleef aanhouden, zei de eerwaarde Walter, abt van Villers, tegen hem: 'Meester, uw woorden gaan in tegen God en uw eer. Weet wel, als u nog é é n woord ten ongunste van dit meisje spreekt, zal ik bij de paus bewerken dat hij u voor altijd in alle rechtszaken het zwijgen oplegt.' Daarop werd hij bang en antwoordde de abt heimelijk: 'Heer abt, wat voor nadeel ondervindt u ervan, wanneer ik de jood geld kan ontfutselen? Ik zal niets zeggen dat nadelig kan zijn voor het meisje.' En zodra hij zijn honorarium had geï ncasseerd, zei hij tegen de jood: 'Ik durf verder niet meer in deze zaak op te treden.'

Vorig jaar, toen de eerwaarde Wido, abt van Clairvaux, op visitatiebezoek was in het bisdom Luik, ontmoette hij de bisschop die hij vermaande en vroeg om rekening te houden met God en zijn eigen eer en op te houden, dat meisje, dat reeds aan Christus gewijd was, langer lastig te vallen. De bisschop antwoordde hem: 'Mijn beste heer abt, wat gaat u die zaak aan?' De abt antwoordde: 'Die gaat mij zeker aan om twee redenen. Allereerst omdat ik christen ben. Op de tweede plaats omdat het huis waarin ze verblijft, tot de lijn van Clairvaux behoort.' En hij voegde daaraan toe: 'Ik stel het meisje en haar zaak onder bescherming van mijn heer de paus en ik ga in beroep over de brief die u tegen haar hebt gericht.' Ten tijde van het algemeen kapittel liet hij de brief die hij van zijne heiligheid de paus tegen de bisschop gekregen had door bemiddeling van onze abt naar de prior van Le Parc aux Dames zenden. Mocht de bisschop eventueel nog eens proberen het klooster lastig te vallen vanwege dat meisje, dan kon de prior zich met die brief verdedigen.

Novice: [-] Ik erger me aan de inhaligheid van die bisschop.

Monnik: Zijn verdedigers zeggen dat hij in deze kwestie niet uit geldzucht zo taai vasthoudend was, maar omdat hij ijverde voor de gerechtigheid. Maar daar hecht men nauwelijks geloof aan. Zou hij immers geprikkeld zijn door rechtsgevoel, dan zou nooit ofte nimmer een gedoopt meisje, een aan Christus gewijde maagd, vuriger in de christelijke godsdienst dan men van haar leeftijd mocht verwachten, zich hebben laten terugvallenin het Joodse ongeloof.

Novice: Daar denk ik net zo over."

De tijden zijn veranderd. Tegenwoordig zou men veel meer bewondering opbrengen voor de bisschop van Luik dan voor de houding van andere prelaten en de vertellende monnik met zijn novice.

[Caesarius van Heisterbach 'Boek der Mirakelen I. ingeleid en vertaald door G.J.M. Bartelink', 's hertogebosch, Voltaire, 2003 ISBN 90-5848-042-9 p:118-121]

Bronnen

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 10 aug 2010

VoorwoordLeeswijzer
Hoe wordt men heilig?Over de afbeeldingen
WoordenboekGastenboek
Bronnen