Overzicht BM  m Gastenboek m Vertel verder m Contact
Andreas 

        De website met meer dan 5532 heiligen, 4225 voornamen en 8404 afbeeldingen        

WelkomHeiligenMissaalheiligenHeiligenkalenderHeiligen op naamPatronatenVoornamen SJ Meer

†  ca 356  Antonius Abt 


Info afbeeldingen

Antonius Abt (ook van Egypte, de Grote, de Kluizenaar, van Schotland, van de Thebaïs of met het Varken), Thebaïs, Egypte; woestijnvader & abt; † ca 356.

Feest 17 januari.

Geschiedenis
Antonius werd rond 251 geboren in de Egyptische plaats Koma (nu: Qiman el-Ar, Midden-Egypte). Zijn levensverhaal is opgetekend door zijn leerling Sint Athanasius de Grote († 373; feest 2 mei). Deze vertelt dat Antonius zich rond 310 naar Alexandrië begaf om zich als christen bekend te maken, met de bedoeling de marteldood te ondergaan. Het was immers de tijd van de christenvervolgingen onder keizer Maximinus Daia (305-313). Maar deze liet hem ongemoeid.
Teruggekeerd "beoefende hij een nog strengere ascese en onderging hij het martelaarschap naar de geest". Immers vanaf zijn 20e jaar leefde hij als kluizenaar. Dat kwam omdat hij als welgestelde jongeman eens in de kerk de evangelietekst hoorde voorlezen: "Als je volmaakt wilt zijn, verkoop dan alles wat je bezit en volg mij" (Matteüs 19,21). Antonius was zo gegrepen door die tekst, dat hij hem letterlijk in praktijk bracht en op zijn eentje de woestijn in trok.
In de afzondering nam hij slechts het allernoodzakelijkste eten tot zich; hij heeft er vreselijk te strijden gehad tegen bekoringen: duivels in de gedaante van allerlei fantastische dieren gingen hem te lijf met knuppels en roeden en soms lieten ze hem half dood liggen.
Eerst woonde hij 35 jaar lang in een rotsspelonk in de buurt van de plaats waar hij geboren was. Daarna trok hij dieper de eenzaamheid in en vestigde zich op een berg aan de overkant van de Nijl in de buurt van het huidige El-Maimum.
Daar ontdekte hij, dat er al iemand vóór hem de woestijn was ongetrokken, om God in de eenzaamheid te dienen en te zoeken: Sint Paulus van Thebe († 342; feest 15 januari). Over die ontmoeting bestaat een mooie legende.

Legende
Negentig jaar lang had Sint Paulus de Woestijnvader in de eenzaamheid van de woestijn doorgebracht. Zijn enige bezigheid was bidden. Zijn enige gezelschap werd gevormd door zijn raaf die hem al zestig jaar lang elke dag een halfje brood bracht, en door de wilde dieren die hun schuilplaats met hem deelden. Toen hoorde hij opeens iemand van buiten zijn grot vragen om binnen te mogen komen voor een gesprek. Dat was Antonius. Hij was erachter gekomen dat er nog een ander in de woestijn leefde, die daar zelfs al eerder mee begonnen was dan hij. Sint Paulus was een nederig man. Hij maakte allerlei bezwaren, omdat hij zich niet waardig achtte om met zo'n groot man als Antonius om te gaan. Na een langdurige omhelzing, zetten zij zich toch neer om over God te praten en om samen zijn lof te zingen.
Op het uur van de maaltijd zagen de twee Paulus' trouwe raaf aan komen vliegen. Maar deze keer had hij bij wijze van uitzondering een heel brood in de bek. "Moet je kijken, broeder, riep Paulus uit, wat worden we toch goed door God verzorgd, want Hij is het natuurlijk die ons deze maaltijd toestuurt. Al zestig jaar lang brengt deze raaf mij een half brood, en dat was meer dan genoeg voor mij. Maar nu de Heer u naar mij toe heeft gezonden, heeft Hij ter ere van u meteen het rantsoen verdubbeld!"
Na God gedankt te hebben gingen de beide heilige mannen bij de bron zitten voor hun eenvoudige maaltijd. Elk van beiden stond erop dat de ander de eer toekwam het brood te breken. Toen ze zo niet verder kwamen, besloten ze dat elk voorzichtig aan een kant van het brood zou trekken...

Hier worden in de vorm van een legende mooie dingen gezegd over gebed en een leven met God. Het maakt je respectvol jegens anderen! Zelfs als je je terugtrekt uit het gewone mensengedoe. Als je leeft met God - zo schijnt dit verhaal te suggereren - heb je aan weinig meer dan genoeg. Dat weten we ook uit het evangelie, waar Jezus met weinig broden een menigte van 5000 man wist te voeden (bv. Markus 06,30-44). Op een ander moment zei Jezus: "Zit niet in over de vraag wat je zult eten of waarmee je je zult kleden. De Vader weet wel dat je dat nodig hebt. Maar zoek eerst het Rijk van God, al het andere zal je erbij gegeven worden" (Matteüs 06,25-34). Bovenstaand verhaal uit het leven van Antonius en Paulus zou je een illustratie kunnen noemen van die uitspraak van Jezus.

Eens gaf Antonius les aan drie monniken over een zeer moeilijke kwestie uit het geloof, toen juist de bejaarde abt Paulus op bezoek kwam. Deze trok zich in een hoekje terug en wachtte stil tot vader Antonius klaar zou zijn.
Antonius vroeg aan de jongste van de drie monniken hoe hij over de kwestie dacht. De jongeman ging er onmiddellijk op in; wat aan zijn kennis ontbrak, vulde hij aan met zijn vuur en enthousiasme. Toen hij uitgesproken was, bleef vader Antonius enige tijd stil, en zei toen: "Het juiste antwoord heb je nog niet gevonden."
Toen kreeg de tweede het woord. Hij was al wat ouder, had al wat boeken gelezen en ervaring opgedaan. Hij koos geleerde woorden en formuleerde voorzichtiger. Toen hij uitgesproken was, zei vader Antonius: "Ook jij hebt het juiste antwoord nog niet gevonden."
Tenslotte mocht de oudste van de drie een antwoord geven. Hij liet lange stiltes vallen, sprak bedachtzaam en je kon merken dat hij al veel boeken had gelezen en een lange gebedservaring achter de rug had. Toen hij was uitgesproken, merkte vader Antonius op: "Toch heb je het juiste antwoord nog niet gevonden."
Op het moment, dat hij zijn mond opendeed om zelf iets over de zeer moeilijke geloofskwestie te zeggen, bedacht hij dat vader Paulus nog altijd in zijn hoekje zat. Hij wendde zich tot de oude abt en vroeg: "Vader Paulus, zou u er misschien iets over kunnen zeggen?" Nu bleef het geruime tijd stil. Tenslotte zei vader Paulus: "Ik weet het niet..."
Vader Antonius wendde zich tot zijn drie leerlingen en met opgestoken vinger zei hij: "Vader Paulus heeft het juiste antwoord gevonden."

Bij een van die ontmoetingen had Antonius beloofd, dat hij de oude Paulus na zijn dood zou begraven. Toen Paulus inderdaad overleden was, trof Antonius hem nog aan in een biddende houding. Het lijk werd bewaakt door twee leeuwen, die alle roofdieren van de heilige afhielden. Op Antonius' aanwijzing groeven zij het graf en zagen toe, hoe Antonius de man begroef. Nadat ze van hem de zegen hadden ontvangen, verdwenen ze weer in de woestijn.

Hier wordt de vrome lezer herinnerd aan een tekst van de profeet Jesaja, waarin de Messiaanse tijd wordt aangekondigd: "De wolf en het lam wonen samen; de panter vlijt zich neer naast het bokje; het kalf en de leeuw weiden samen: een kleine jongen kan ze hoeden. De koe en de berin sluiten vriendschap; hun jongen liggen bijeen. De leeuw eet haksel als het rund. De zuigeling speelt bij het hol van de adder; het kind strekt zijn hand uit naar het nest van de slang" (Jesaja 11,06-08). Het lijkt wel, of die tijd in het leven van de woestijnvaders werkelijkheid is geworden. Zij sloten vriendschap met wilde dieren. Zij maken van de woestijn een leefbare plek, een paradijs! Beroemd is de legende van Sint Hiëronymus († 420; feest 30 september), die in zijn bijbelstudie wordt gestoord door een leeuw met een doorn in zijn poot. Hiëronymus verzorgt de wond, en vanaf dat moment gedraagt het dier zich als een mak huisdier. Overigens heeft hij deze legende postuum overgenomen van Gerasimus van Palestina († ca 475; feest 5 maart).

Nadat hij twintig jaar op zijn berg had doorgebracht, trok hij naar een oase in de Egyptische woestijn, nu geheten Djzebel al-Galala el Qibliya. In deze oase werd hij bezocht door vele christenen. Van hen besloten er zo nu en dan om hun leven verder in zijn gezelschap door te brengen. Zo ontstond een dorp van kluizenaarswoningen. Hoewel hij geen gemeenschappelijke levenswijze organiseerde, gaf hij aan allen geestelijke leiding; dat is de reden waarom hij de eerste abt genoemd wordt.
Hij stierf toen hij 105 jaar oud was.

Verering & Cultuur
In 561 werd zijn graf ontdekt en vanaf 1491 worden zijn stoffelijke resten bewaard in de St-Julienkerk te Arles. Er bevinden zich ook relieken in de abdij St-Antoine ten westen van Grenoble.

Patronaten
Een Franse edelman uit de 11e eeuw had een zoon die hevig ziek was; St-Antoniusvuur noemde men deze ziekte, bij ons beter bekend als de pest. De jongen genas en uit dankbaarheid stichtte de vader een kloosterorde: de Antonieten.

Antoniusvuur
‘Het gaat om een in de ME zeer algemene ziekte, die veroorzaakt wordt door producten in het moederkoren, een schimmel die eertijds algemeen voorkwam in rogge. De link tussen de schimmel en de ziekte werd al in het begin van de 18e eeuw gelegd door een Franse arts. Voor meer info: zie Ergotisme. Zie ook onder moederkoren of Claviceps purpurea.’ [Met dank aan de heer Gerrit Bollen]

Deze orde onderhield in de 12e en 13e eeuw 369 hospitalen, verspreid over de toenmaals bekende wereld. Zij kondigden hun komst aan met een bel. Sint Antonius-Abt was hun schutspatroon. Daar ligt ook de herkomst van het varken als zijn herkenningsteken bij uitstek.

Het varken van Antonius Abt
In de Middeleeuwen gebruikte men varkens om het stadsvuil op te ruimen; de dieren aten het eenvoudig op. En omdat straatvuil ratten aantrok en ratten weer de pest verspreidden, zag men varkens als beschermers tegen de pest. St-Antoniusvarkens kregen dan ook een belletje om hun nek.

Mevrouw Jameson rekent af met de theorie dat het varken te maken zou hebben met een mogelijk herderschap van Antonius: "Het varken is veeleer een verwijzing naar de demon van zinnelijkheid en vraatzucht welke door Antonius is overwonnen".
[182/2p:750]

Deze uitleg vinden we ook bij C. Bak en O. Wimmer: "Das Schwein zu seinen Füssen ist als unreines Tier Typus der Sinnlichkeit, den überwundenen Teufel bedeutend, der den Heiligen Versuchte."
[108p:129]

Het varken verwijst naar "de diabolerieën waarmee de duivel Antonius lastig viel", aldus de Grote Winkler Prins.
[Winkler Prins, A'dam/Brussel, 1977 deel 2 p.205-206 onder het lemma 'Antonius Abt'].

We merken op dat Bak hier spreekt van Antoniusgilden. Alle andere bronnen spreken over de Antoniter bedelorde.
Knipping geeft een andere reden voor de aanwezigheid van het varken: de omstandigheid dat de bedelmonniken van de Antoniter Orde, die zich naar de woestijnvader noemde, "hun vee alom vrij mochten laten grazen".
[Katholieke Encyclopedie A'dam, 1933 2e deel onder het lemma 'Antonius Abt' p.505.]

Sauser geeft dezelfde reden en voegt eraan toe dat zij dat privilege ontvingen bij wijze van tegemoetkoming voor hun zorg voor de zieken.
[107/5kol:207]

Detzel combineert beide gegevens, maar geeft weer een andere reden voor het privilege: de verering van Antonius en zijn orde bij de boeren: "Das Schwein, welches man auf allen Bildern des Heiligen sieht, war ursprünglich wohl eine Personifikation des Teufels, dessen Versuchungen er siegreich überwand. Später erhielt es eine andere Bedeutung: Im Abendlande wurde nämlich 1095 die nach den Heiligen benannte Genossenschaft der Antoniter gestiftet und 1096 in Clermont bestätigt; 1298 wurde dieselbe zu einer Bruderschaft von Chorherren erhoben; diese trugen ein schwarzes Chorkleid mit einem Antoniuskreuz von Himmelblauer Farbe, wie der hl. Antonius selbst auch später dargestellt wurde. Diese Antoniusmönche und die von ihnen geübte Verehrung ihres Patrons wurden in der Folge besonders bei den Landleuten sehr beliebt, weil diese Ordensleute Vorbilder einer guten Haus- und Landwirtschaft wurden. Sie erhielten an manchen Orten das Privilegium der Schweinemast in Eichelwaldungen."
[233p:86]

Volgens J. Timmers associeerde het belletje om de hals van de in de middeleeuwen vrij rondlopende varkens met het belletje van de Antoniters!
[230p:235]

Hij is beschermheilige van alle beroepen die met vee, en meer in het bijzonder met varkens te maken hebben: hoeders, boeren, varkenshandelaren, slagers, vilders, leerlooiers en handschoenmakers, worstmakers, vleeswarenverkopers, handelaren in gerookte vleeswaren en schilders (penselen worden immers gemaakt van varkenshaar!); daarnaast van schutters en boogschutters (Antonius is beschermheilige tegen de pest. De middeleeuwer meende, dat iemand door deze ziekte werd getroffen, doordat God vanuit de hemel zijn pijlen op de beoogde mensen afvuurde); om dezelfde reden is hij in Vaticaanstad patroon van de brandweer (vuur is net zo'n plaag voor de mens als de pest!); daarnaast is hij natuurlijk patroon van de Antoniusbroeders en van de Antoniters, van de kluizenaars en van de activiteiten, die hij in de eenzaamheid verrichtte: hoveniers, borstelbinders, mandenmakers en -vlechters en wevers, lakenscheerders en porseleinwerkers; hij is ook patroon van doodgravers en grafdelvers (vanwege het feit, dat hij Sint Paulus van Thebe begroef); van suiker- en banketbakkers (omdat in de winter rond zijn feestdag veel suikerhoudende spijzen werden gegeten als bescherming tegen de kou) en van de armen (omdat zij in de winter op zijn feestdag gratis varkensvlees kregen); van klokkenmakers; in Brugge van scheepstimmerlieden; in Italië van koetsiers; van pachters en van sloddervossen.

Hij is patroon van varkenskudden en huisdieren. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor de bescherming van dieren, vooral varkens en hun stallen; tegen veeziekten (weer met name bij varkens); tegen besmettelijke ziekten, epilepsie, angst, ergotisme (antoniusvuur of moederkorenvergiftiging), gordelroos, hoofdpijn, huidziekten, jeuken, krabben, lupus, negenoog (karbonkel), netelroos, ontstekingen, pest, roos, scheurbuik, steenpuisten, versterf (necrose) en wratten; tegen de pijnen van het vagevuur.

In Afrika is hij patroon van Ethiopië. In België worden er Antoniusbedevaarten gehouden in Belsele, Bree, Edegem, Eksel, Essene, Herdersem, Neerpelt, Lille, Oosthoven (in Oud-Turnhout), Ranst, Rijkevorsel, Rotselaar, Waasmunster (op de 4e zondag van september) en in Zalfen. In Duitsland is hij patroon van de steden Hildesheim en Paderborn. In Frankrijk van de landstreek Dauphiné en van de hoofdstad Parijs. In Italië van de stad Napels. In Nederland is hij patroon van de plaats Sint-Anthonis. Hij staat afgebeeld in het gemeentewapen van de plaatsen Middelaar, Mook, St-Antonis en Terheijden. Daarnaast worden er Sint-Antoniusbedevaarten gehouden in het Limburgse Bergen Ayen en in de Brabantse plaatsjes Chaam, Esch en Schijf. In Oostenrijk is hij patroon van de plaats Sankt-Anton am Arlberg. In Spanje van het eiland Menorca.

Afgebeeld
In de kunst wordt Antonius - zoals gezegd - afgebeeld met een varken, met een staf bekroond met een T (Tau). Deze T werd ook het symbool van de Antonieten. Andersom is de bel die de Antonieten luidden één van de attributen van Antonius geworden. Vaak heeft Sint Antonius ook nog een duiveltje (in verband met zijn bekoringen) bij zich en een fakkel of vurige vlammen.
[333p:23.24]

Weerspreuk(en)
'Saint-Antoine grande froidure,
Saint-Laurent grand chaud,
l'un et l'autre durent.'
['Sint Antonius grote koude
Sint Laurentius (= 10 aug.) heet:
elk kan't lang volhouden.']

'Sint-Antoon en Sint-Sebastiaan (20 jan.),
komen met 't hardste van de winter aan'

[000»bk:58-miljoen:8(roeping); 000»bk:Athanasius; 000»bk:Estergom:24; 000»bk:Smy:59; 000»bk:Thulden:29(fig.16:sterfbed).173(X versch. a. -); 000»Demetrius; 000»gem.wapen:Middelaar.Mook.St-Antonis.Terheijden; 000»jrb;000»kaartspel(Ì10); 000»Martinus(Memmingen); 000»Sergius(bk:Koval:31); 109p:43(vig).36; 119p:14; 123p:118.119; 126p:11.79; 127»Antoine; 132; 149/1p:92.97.101; 165p:11.15; 166p:32(†Paulus).35(†leeuwen).37(leg.-varken).39; 169p:14; 170; 178p:128; 183»01.17; 191p:21.28; 192p:28.29.184; 199p:10.11.13; 200/1»01.17; 203p:22.3; 24.10; 25.12; 204p:18; 208p:37.38.76; 230p:117.234; 231p:122; 235; 237; 238p:128/9; 240p:7; 241p:92; 257p:110; 282b:77(kruid).78; 288»01.17; 291; 292p:45.52.53; 293p:6.16.17; 300p:161.275a.276.277a.277b.279a.279b; 301p:151(†Catharina).154(†demonen); 305p:32.33(bekoord); 307p:184; 328p:t/o.343(verleid door duivels meisje); 331p:28; 500; Dries van den Akker s.j./2010.02.26]

Antonius Abt in Delft

OORKONDE van de Sint-Anthoniskapel aan de Nieuwe Haven te Delft

Willem, bij de gratie Gods paltsgraaf aan de Rijn, Hertog van Beieren, Graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland en Heer van Friesland, laat hierbij aan iedereen weten dat wij toestemming hebben gegeven aan onze trouwe stad Delft om uit eigen middelen voor de mensen van onze tijd en voor de generaties die na ons komen een kapel te mogen oprichten aan de Nieuwe Haven ter ere van God, van zijn gezegende moeder Maria en van de heilige belijder Sint Anthonius.
Deze kapel zal voor altijd aan onze trouwe stad gegeven zijn volgens de bepalingen die daarover in alle vrijheid zonder onze inmenging zullen worden opgesteld.
Deze oorkonde draagt ons zegel.
Uitgebracht in Den Haag op 20 augustus van het jaar onzes Heren 1416.

Bronnen
  Al eens onze andere site: www.beeldmeditaties.nl bezocht?

© A. van den Akker s.j.
Deze pagina is het laatst gewijzigd op 23 nov 2014

Een greep uit wat deze website verder te bieden heeft:
VoorwoordLeeswijzerHoe wordt men heilig?VerantwoordingBronnenWoordenboek  
KerstafbeeldingenDe 12 apostelenPausenCitatenTante CatoArchiefTegelsBladwijzersNieuw
Tenslotte: een overzicht van alle hoofd- en submenu's van deze website